plomp
tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord plɔmpBetekenis
- geluid van iets dat met een plons in het water valt
- geluid van een plens vloeistof die ergens op valt
- stilstaand of ook wel stromend water, bezien als iets waar je vanaf het droge in terecht kan komen
- naam gegeven aan verschillende waterplanten die drijvende ronde bladeren met een inkeping bij de steel hebben
- lomp, onbehouwen, zonder enige gratie, vormeloos, onbeschoft
- lood
Hoe spreek je plomp uit?
/plɔmp/
Plomp bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| ɔ | bot |
| m | maan |
bijvoeglijk naamwoord
- hufterig, lomp, onbeschoft, onbehouwen, stijlloos, zonder enige gratie pejorative
- log
- niet scherp, bot [1], stomp
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plompen
- gebiedende wijs van plompen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plompen
Vervoeging van plomp
plomphele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands plomp, in de betekenis van ‘log’ voor het eerst aangetroffen in 1240 **[tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord] klanknabootsing **[zelfstandig naamwoord (waterplant)] van Middelnederlands aplompe "waterlelie" dat mogelijk verwijst naar een stok waarmee op het water werd geslagen en dan ook verwant kan zijn het [bijvoeglijk naamwoord] **[bijvoeglijk naamwoord] van Middelnederlands plomp, verwant met de voorgaande herkomst en mogelijk ook beïnvloed door lomp
Woordfamilie van plomp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plomper | woordvorm | plomp |
| plompere | woordvorm | plomp |
| plompers | woordvorm | plomp |
| plomps | woordvorm | plomp |
| plompst | woordvorm | plomp |
| plompste | woordvorm | plomp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plomp zijn vastgelegd.