polymeriseren
werkwoordBetekenis
- een chemische reactie ondergaan waarbij kleinere moleculen zich aaneenrijgen tot een lange keten
Vervoeging van polymeriseren
polymeriserenhele werkwoord — polymeriseerdeverleden tijd enkelvoud — polymeriseerdenverleden tijd meervoud — gepolymeriseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | polymeriseer | polymeriseerde |
| jij | polymeriseert | polymeriseerde |
| hij, zij, het | polymeriseert | polymeriseerde |
| wij | polymeriseren | polymeriseerden |
| jullie | polymeriseren | polymeriseerden |
| zij | polymeriseren | polymeriseerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gepolymeriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepolymeriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepolymeriseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepolymeriseerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepolymeriseerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gepolymeriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepolymeriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| polymeriseer | gebiedende wijs |
| polymeriseerde | verleden tijd |
| polymerisere | aanvoegende wijs |
| polymeriserend | onvoltooid, deelwoord |
| te polymeriseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gepolymeriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen polymeriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepolymeriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepolymeriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepolymeriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepolymeriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepolymeriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepolymeriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepolymeriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gepolymeriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepolymeriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepolymeriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepolymeriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gepolymeriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepolymeriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepolymeriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepolymeriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepolymeriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepolymeriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepolymeriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepolymeriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepolymeriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepolymeriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepolymeriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepolymeriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepolymeriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepolymeriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen polymeriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepolymeriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult polymeriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse polymériser (met het voorvoegsel poly-) met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van polymeriseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepolymeriseerd | voltooid deelwoord | polymeriseren |
| gepolymeriseerde | woordvorm | polymeriseren |
| polymeriseer | gebiedende wijs | polymeriseren |
| polymeriseerde | verleden tijd | polymeriseren |
| polymeriseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | polymeriseren |
| polymeriseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | polymeriseren |
| polymerisere | aanvoegende wijs | polymeriseren |
| polymeriserend | onvoltooid deelwoord | polymeriseren |
| polymeriserende | woordvorm | polymeriseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van polymeriseren zijn vastgelegd.