polsen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand vragen naar zijn mening, interesse voor iets
Vervoeging van polsen
polsenhele werkwoord — polsteverleden tijd enkelvoud — polstenverleden tijd meervoud — gepolstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pols | polste |
| jij | polst | polste |
| hij, zij, het | polst | polste |
| wij | polsen | polsten |
| jullie | polsen | polsten |
| zij | polsen | polsten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepolst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepolst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepolst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepolst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepolst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepolst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepolst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepolst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepolst | verleden tijd, deelwoord |
| gepolst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepolst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepolst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepolst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepolst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepolst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepolst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepolst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepolst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepolst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepolst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepolst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepolst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepolst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepolst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepolst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepolst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepolst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pols | gebiedende wijs |
| polse | aanvoegende wijs |
| polsend | onvoltooid, deelwoord |
| polste | verleden tijd |
| te hebben gepolst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te polsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen polsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepolst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepolst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepolst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepolst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepolst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepolst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepolst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepolst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepolst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepolst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepolst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepolst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepolst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepolst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepolst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepolst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepolst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepolst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepolst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepolst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepolst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepolst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepolst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepolst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepolst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal polsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal polsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal polsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepolst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepolst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepolst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepolst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepolst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepolst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepolst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou polsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou polsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou polsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepolst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepolst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepolst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepolst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepolst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepolst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden polsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden polsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden polsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepolst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepolst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt polsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepolst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepolst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepolst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepolst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepolst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepolst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen polsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen polsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen polsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen polsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepolst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepolst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepolst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult polsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pols
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘peilen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1410
Woordfamilie van polsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepolst | voltooid deelwoord | polsen |
| gepolste | woordvorm | polsen |
| polse | aanvoegende wijs | polsen |
| polsend | onvoltooid deelwoord | polsen |
| polsende | woordvorm | polsen |
| polst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | polsen |
| polste | verleden tijd | polsen |
| polsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | polsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van polsen zijn vastgelegd.