Naar de inhoud

politoeren

houten voorwerpen glad en glanzend maken

politoeren

werkwoord

Betekenis

  1. houten voorwerpen glad en glanzend maken

Vervoeging van politoeren

politoerenhele werkwoord — politoerdeverleden tijd enkelvoud — politoerdenverleden tijd meervoud — gepolitoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik politoer politoerde
jij politoert politoerde
hij, zij, het politoert politoerde
wij politoeren politoerden
jullie politoeren politoerden
zij politoeren politoerden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gepolitoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepolitoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepolitoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepolitoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepolitoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepolitoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepolitoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepolitoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepolitoerd verleden tijd, deelwoord
gepolitoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepolitoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepolitoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepolitoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepolitoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepolitoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepolitoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepolitoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepolitoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepolitoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepolitoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepolitoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepolitoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepolitoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepolitoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepolitoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepolitoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepolitoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepolitoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepolitoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepolitoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepolitoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepolitoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepolitoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepolitoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepolitoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
politoer gebiedende wijs
politoerde verleden tijd
politoere aanvoegende wijs
politoerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepolitoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te politoeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen politoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gepolitoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepolitoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepolitoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gepolitoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gepolitoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepolitoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gepolitoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepolitoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepolitoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepolitoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepolitoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal politoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal politoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal politoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepolitoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gepolitoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepolitoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepolitoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepolitoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepolitoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou politoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou politoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou politoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepolitoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepolitoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepolitoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepolitoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepolitoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden politoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden politoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden politoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepolitoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt politoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepolitoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepolitoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepolitoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepolitoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepolitoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen politoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen politoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen politoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen politoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepolitoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult politoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van politoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepolitoerd voltooid deelwoord politoeren
gepolitoerde woordvorm politoeren
politoerde verleden tijd politoeren
politoerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon politoeren
politoere aanvoegende wijs politoeren
politoerend onvoltooid deelwoord politoeren
politoerende woordvorm politoeren
politoert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon politoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van politoeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over politoeren

Wat is de betekenis van politoeren?
Politoeren is een werkwoord. De betekenis is: houten voorwerpen glad en glanzend maken.
Hoe vervoeg ik politoeren?
Zo vervoeg je politoeren zo: de tegenwoordige tijd is politoer, de verleden tijd is politoerde en het voltooid deelwoord is gepolitoerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord politoeren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. O 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. T 2
  6. O 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

politoeren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. O 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. T 2
  6. O 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

politoeren in het kort

politoeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van politoeren staan er 65 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort politoeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

politoeren: houten voorwerpen glad en glanzend maken
Deel politoeren — standaardnederlands.nl