politoer
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een oplossing van schellak in een alcohol zoals methanol of ethanol, gebruikt om hout af te dichten
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van politoeren
- gebiedende wijs van politoeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van politoeren
Vervoeging van politoer
politoerhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gladheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824