plukharen
werkwoordBetekenis
- vechten
Vervoeging van plukharen
plukharenhele werkwoord — plukhaardeverleden tijd enkelvoud — plukhaardenverleden tijd meervoud — geplukhaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plukhaar | plukhaarde |
| jij | plukhaart | plukhaarde |
| hij, zij, het | plukhaart | plukhaarde |
| wij | plukharen | plukhaarden |
| jullie | plukharen | plukhaarden |
| zij | plukharen | plukhaarden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geplukhaard | verleden tijd, deelwoord |
| geplukhaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplukhaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplukhaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplukhaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplukhaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplukhaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplukhaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplukhaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplukhaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplukhaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplukhaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplukhaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplukhaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplukhaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplukhaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplukhaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplukhaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plukhaar | gebiedende wijs |
| plukhaarde | verleden tijd |
| plukhare | aanvoegende wijs |
| plukharend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geplukhaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te plukharen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen plukharen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geplukhaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplukhaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplukhaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geplukhaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplukhaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplukhaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplukhaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplukhaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplukhaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplukhaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplukhaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplukhaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplukhaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen plukharen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geplukhaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult plukharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘vechten’ voor het eerst aangetroffen in 1505
Woordfamilie van plukharen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geplukhaard | voltooid deelwoord | plukharen |
| plukhaar | gebiedende wijs | plukharen |
| plukhaarde | verleden tijd | plukharen |
| plukhaarden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | plukharen |
| plukhaart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | plukharen |
| plukhare | aanvoegende wijs | plukharen |
| plukharend | onvoltooid deelwoord | plukharen |
| plukharende | woordvorm | plukharen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plukharen zijn vastgelegd.