Naar de inhoud

ploffen

een geluid voortbrengen van een zachte explosie

ploffen is meer dan één woord

ploffen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een geluid voortbrengen van een zachte explosie
  2. snel en hoorbaar uit elkaar springen of doorbranden
  3. een geluid voortbrengend van zich ergens in laten vallen

Vervoeging van ploffen

ploffenhele werkwoord — plofteverleden tijd enkelvoud — ploftenverleden tijd meervoud — geploftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik plof plofte
jij ploft plofte
hij, zij, het ploft plofte
wij ploffen ploften
jullie ploffen ploften
zij ploffen ploften
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geploft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geploft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geploft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geploft impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geploft impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geploft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geploft worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geploft zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geploft worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geploft zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geploft verleden tijd, deelwoord
geploft te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geploft te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geploft te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geploft te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geploft te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geploft worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geploft zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geploft zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geploft zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geploft zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is geploft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geploft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
plof gebiedende wijs
ploffe aanvoegende wijs
ploffend onvoltooid, deelwoord
plofte verleden tijd
te ploffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn geploft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ploffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geploft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geploft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geploft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geploft voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geploft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geploft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geploft voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geploft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geploft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geploft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geploft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geploft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geploft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geploft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geploft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geploft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geploft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geploft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geploft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geploft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geploft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geploft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geploft zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geploft zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geploft zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ploffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ploffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ploffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geploft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn geploft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geploft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geploft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geploft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geploft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geploft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geploft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geploft zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geploft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geploft zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ploffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ploffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ploffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geploft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geploft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geploft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geploft zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geploft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geploft zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ploffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ploffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ploffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geploft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geploft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ploffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geploft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geploft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geploft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geploft zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geploft zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geploft zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ploffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ploffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ploffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ploffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geploft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geploft zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ploffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord plof

Woordfamilie van ploffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geploft voltooid deelwoord ploffen
geplofte woordvorm ploffen
ploffe aanvoegende wijs ploffen
ploffend onvoltooid deelwoord ploffen
ploffende woordvorm ploffen
ploft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ploffen
plofte verleden tijd ploffen
ploften aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ploffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ploffen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ploffen

Wat is de betekenis van ploffen?
Ploffen is een werkwoord. De betekenis is: een geluid voortbrengen van een zachte explosie. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ploffen?
Zo vervoeg je ploffen zo: de tegenwoordige tijd is plof, de verleden tijd is plofte en het voltooid deelwoord is geploft. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ploffen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. F 4
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ploffen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 118 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. F 4
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 zonder bonus
  9. 118 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

ploffen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ploffen in het kort

ploffen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ploffen staan er 60 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ploffen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ploffen: een geluid voortbrengen van een zachte explosie
Deel ploffen — standaardnederlands.nl