Naar de inhoud

pleisteren

een reis onderbreken om te rusten en te eten

pleisteren

werkwoord

Betekenis

  1. een reis onderbreken om te rusten en te eten
  2. iets met kalkspecie of gips bestrijken
  3. pleisters leggen op iets

Vervoeging van pleisteren

pleisterenhele werkwoord — pleisterdeverleden tijd enkelvoud — pleisterdenverleden tijd meervoud — gepleisterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pleister pleisterde
jij pleistert pleisterde
hij, zij, het pleistert pleisterde
wij pleisteren pleisterden
jullie pleisteren pleisterden
zij pleisteren pleisterden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepleisterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepleisterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepleisterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepleisterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepleisterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepleisterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepleisterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepleisterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepleisterd verleden tijd, deelwoord
gepleisterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepleisterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepleisterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepleisterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepleisterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepleisterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepleisterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepleisterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepleisterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepleisterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepleisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepleisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepleisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepleisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepleisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepleisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepleisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepleisterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pleister gebiedende wijs
pleisterde verleden tijd
pleistere aanvoegende wijs
pleisterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepleisterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pleisteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pleisteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepleisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepleisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepleisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepleisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepleisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepleisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepleisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepleisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepleisterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepleisterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepleisterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepleisterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepleisterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepleisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepleisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepleisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepleisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepleisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepleisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepleisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepleisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepleisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepleisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepleisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepleisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepleisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepleisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepleisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepleisterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepleisterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepleisterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepleisterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepleisterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepleisterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pleisteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepleisterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepleisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepleisterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pleisteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘de reis onderbreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1647

Woordfamilie van pleisteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepleisterd voltooid deelwoord pleisteren
pleisterde verleden tijd pleisteren
pleisterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pleisteren
pleistere aanvoegende wijs pleisteren
pleisterend onvoltooid deelwoord pleisteren
pleisterende woordvorm pleisteren
pleistert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pleisteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pleisteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over pleisteren

Wat is de betekenis van pleisteren?
Pleisteren is een werkwoord. De betekenis is: een reis onderbreken om te rusten en te eten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik pleisteren?
Zo vervoeg je pleisteren zo: de tegenwoordige tijd is pleister, de verleden tijd is pleisterde en het voltooid deelwoord is gepleisterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pleisteren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. E 1
  4. I 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pleisteren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. I 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pleisteren in het kort

pleisteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van pleisteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort pleisteren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

pleisteren: een reis onderbreken om te rusten en te eten
Deel pleisteren — standaardnederlands.nl