platten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- plat worden
- plat maken
Vervoeging van platten
plattenhele werkwoord — platteverleden tijd enkelvoud — geplatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plat | platte |
| jij | plat | platte |
| hij, zij, het | plat | platte |
| wij | platten | — |
| jullie | platten | — |
| zij | platten | — |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geplat | verleden tijd, deelwoord |
| geplat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plat | gebiedende wijs |
| platte | verleden tijd |
| platte | aanvoegende wijs |
| plattend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geplat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te platten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen platten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geplat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal platten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal platten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal platten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geplat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou platten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou platten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou platten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden platten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden platten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden platten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt platten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen platten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen platten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen platten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen platten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geplat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult platten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord plat
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van platten
Vervoeging van platten
plattenhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van plat met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van platten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geplat | voltooid deelwoord | platten |
| plattend | onvoltooid deelwoord | platten |
| plattende | woordvorm | platten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van platten zijn vastgelegd.