plastificeren
werkwoordBetekenis
- een kunststoffen laag of deklaag aanbrengen die zich in een plastische fase bevindt
Vervoeging van plastificeren
plastificerenhele werkwoord — plastificeerdeverleden tijd enkelvoud — plastificeerdenverleden tijd meervoud — geplastificeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plastificeer | plastificeerde |
| jij | plastificeert | plastificeerde |
| hij, zij, het | plastificeert | plastificeerde |
| wij | plastificeren | plastificeerden |
| jullie | plastificeren | plastificeerden |
| zij | plastificeren | plastificeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geplastificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geplastificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geplastificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geplastificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geplastificeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geplastificeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geplastificeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geplastificeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geplastificeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geplastificeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplastificeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplastificeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplastificeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplastificeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplastificeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplastificeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplastificeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplastificeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplastificeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplastificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plastificeer | gebiedende wijs |
| plastificeerde | verleden tijd |
| plastificere | aanvoegende wijs |
| plastificerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geplastificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te plastificeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen plastificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geplastificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geplastificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geplastificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplastificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplastificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geplastificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplastificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geplastificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geplastificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplastificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplastificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplastificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplastificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplastificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplastificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplastificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplastificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplastificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplastificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplastificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplastificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplastificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplastificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplastificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplastificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geplastificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplastificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplastificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen plastificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geplastificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geplastificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geplastificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult plastificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse plastifier (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van plastificeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geplastificeerd | voltooid deelwoord | plastificeren |
| geplastificeerde | woordvorm | plastificeren |
| plastificeer | gebiedende wijs | plastificeren |
| plastificeerde | verleden tijd | plastificeren |
| plastificeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | plastificeren |
| plastificeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | plastificeren |
| plastificere | aanvoegende wijs | plastificeren |
| plastificerend | onvoltooid deelwoord | plastificeren |
| plastificerende | woordvorm | plastificeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plastificeren zijn vastgelegd.