plagiëren
werkwoordBetekenis
- als plagiaat overnemen
Vervoeging van plagiëren
plagiërenhele werkwoord — plagieerdeverleden tijd enkelvoud — plagieerdenverleden tijd meervoud — geplagieerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plagieer | plagieerde |
| jij | plagieert | plagieerde |
| hij, zij, het | plagieert | plagieerde |
| wij | plagiëren | plagieerden |
| jullie | plagiëren | plagieerden |
| zij | plagiëren | plagieerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geplagieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geplagieerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geplagieerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geplagieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geplagieerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geplagieerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geplagieerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geplagieerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geplagieerd | verleden tijd, deelwoord |
| geplagieerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplagieerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplagieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplagieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplagieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplagieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplagieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplagieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplagieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplagieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplagieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplagieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplagieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplagieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplagieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplagieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplagieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plagieer | gebiedende wijs |
| plagieerde | verleden tijd |
| plagiëre | aanvoegende wijs |
| plagiërend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geplagieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te plagiëren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen plagiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geplagieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplagieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplagieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geplagieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplagieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplagieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplagieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplagieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplagieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplagieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplagieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplagieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplagieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen plagiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geplagieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult plagiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse plagier (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van plagiëren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geplagieerd | voltooid deelwoord | plagiëren |
| geplagieerde | woordvorm | plagiëren |
| plagieer | gebiedende wijs | plagiëren |
| plagieerde | verleden tijd | plagiëren |
| plagieerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | plagiëren |
| plagieert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | plagiëren |
| plagiëre | aanvoegende wijs | plagiëren |
| plagiërend | onvoltooid deelwoord | plagiëren |
| plagiërende | woordvorm | plagiëren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plagiëren zijn vastgelegd.