Naar de inhoud

pendelen

het beantwoorden van (levens)vragen met behulp van een pendel, een vaak druppelvormig metalen, glazen of houten voorwerp aan een draad of kettinkje.

pendelen

werkwoord

Betekenis

  1. het beantwoorden van (levens)vragen met behulp van een pendel, een vaak druppelvormig metalen, glazen of houten voorwerp aan een draad of kettinkje.
  2. regelmatig heen en weer reizen tussen woon- en werkplaats (forensisme)

werkwoord

  1. slingeren (van een massa)
  2. het gedrag van een warmtepomp of cv-ketel waarbij het continu in- en uitschakelt

Vervoeging van pendelen

pendelenhele werkwoord — pendeldeverleden tijd enkelvoud — pendeldenverleden tijd meervoud — gependeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pendel pendelde
jij pendelt pendelde
hij, zij, het pendelt pendelde
wij pendelen pendelden
jullie pendelen pendelden
zij pendelen pendelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gependeld verleden tijd, deelwoord
gependeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gependeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gependeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gependeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gependeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gependeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gependeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gependeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gependeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gependeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gependeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gependeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gependeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gependeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gependeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gependeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gependeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pendel gebiedende wijs
pendelde verleden tijd
pendele aanvoegende wijs
pendelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gependeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pendelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pendelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gependeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gependeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gependeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gependeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gependeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gependeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gependeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gependeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gependeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gependeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pendelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gependeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gependeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gependeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pendelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gependeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pendelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van pendelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gependeld voltooid deelwoord pendelen
pendelde verleden tijd pendelen
pendelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pendelen
pendele aanvoegende wijs pendelen
pendelend onvoltooid deelwoord pendelen
pendelende woordvorm pendelen
pendelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pendelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pendelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over pendelen

Wat betekent pendelen?
Pendelen is een werkwoord. Het woord betekent: het beantwoorden van (levens)vragen met behulp van een pendel, een vaak druppelvormig metalen, glazen of houten voorwerp aan een draad of kettinkje. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je pendelen?
Je vervoegt pendelen als volgt: de tegenwoordige tijd is pendel, de verleden tijd is pendelde en het voltooid deelwoord is gependeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pendelen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. E 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pendelen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. E 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pendelen in het kort

pendelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van pendelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pendelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pendelen: het beantwoorden van (levens)vragen met behulp van een pendel, een vaak druppelvormig metalen, glazen of houten voorwerp aan een draad of kettinkje.
Deel pendelen — standaardnederlands.nl