parsen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpɑrsə(n)Betekenis
- het automatisch syntactisch analyseren
Hoe spreek je parsen uit?
/ˈpɑrsən/
Parsen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van parsen
parsenhele werkwoord — parseteverleden tijd enkelvoud — parsetenverleden tijd meervoud — geparsetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | parse | parsete |
| jij | parset | parsete |
| hij, zij, het | parset | parsete |
| wij | parsen | parseten |
| jullie | parsen | parseten |
| zij | parsen | parseten |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] parsen | canonical |
| er is geparset | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geparset | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geparset | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geparset | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geparset worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geparset zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geparset worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geparset zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geparset | verleden tijd, deelwoord |
| geparset te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geparset zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geparset | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geparset | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geparset | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geparset | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geparset | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geparset | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geparset | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparset | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| parse | gebiedende wijs |
| parse | aanvoegende wijs |
| parsend | onvoltooid, deelwoord |
| parsete | verleden tijd |
| te hebben geparset | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te parsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen parsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen parsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
werkwoord
- persen ww obsolete
Vervoeging van parsen
parsenhele werkwoord — parseteverleden tijd enkelvoud — parsetenverleden tijd meervoud — geparsetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | parse | parsete |
| jij | parset | parsete |
| hij, zij, het | parset | parsete |
| wij | parsen | parseten |
| jullie | parsen | parseten |
| zij | parsen | parseten |
Alle 65 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] parsen | canonical |
| er is geparset | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geparset | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geparset | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geparset | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geparset worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geparset zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geparset worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geparset zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geparset | verleden tijd, deelwoord |
| geparset te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geparset zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geparst | verleden tijd, deelwoord |
| had geparset | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geparset | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geparset | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geparset | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geparset | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geparset | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geparset | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparset | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparset | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| parse | gebiedende wijs |
| parse | aanvoegende wijs |
| parsend | onvoltooid, deelwoord |
| parste | verleden tijd |
| te hebben geparset | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te parsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen parsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geparset hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt parsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen parsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geparset hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult parsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord par
Herkomst
ww [A]: van Engels parse ww
Woordfamilie van parsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geparset | voltooid deelwoord | parsen |
| geparsete | woordvorm | parsen |
| parse | gebiedende wijs | parsen |
| parsend | onvoltooid deelwoord | parsen |
| parsende | woordvorm | parsen |
| parset | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | parsen |
| parsete | verleden tijd | parsen |
| parseten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | parsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parsen zijn vastgelegd.