Naar de inhoud

parkeren

(een voertuig) tijdelijk ergens plaatsen en laten staan

parkeren

werkwoord

Betekenis

  1. (een voertuig) tijdelijk ergens plaatsen en laten staan

werkwoord

  1. tijdelijk ergens plaatsen en laten staan transitive

Vervoeging van parkeren

parkerenhele werkwoord — parkeerdeverleden tijd enkelvoud — parkeerdenverleden tijd meervoud — geparkeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik parkeer parkeerde
jij parkeert parkeerde
hij, zij, het parkeert parkeerde
wij parkeren parkeerden
jullie parkeren parkeerden
zij parkeren parkeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geparkeerd verleden tijd, deelwoord
geparkeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geparkeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geparkeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geparkeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geparkeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geparkeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geparkeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geparkeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geparkeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geparkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geparkeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geparkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geparkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geparkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geparkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geparkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geparkeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
parkeer gebiedende wijs
parkeerde verleden tijd
parkere aanvoegende wijs
parkerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geparkeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te parkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen parkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geparkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geparkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geparkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal parkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal parkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal parkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geparkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geparkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geparkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou parkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou parkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou parkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geparkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geparkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geparkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden parkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden parkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden parkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geparkeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt parkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geparkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geparkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geparkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen parkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen parkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen parkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen parkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geparkeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult parkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘een voertuig stallen’ voor het eerst aangetroffen in 1862

Woordfamilie van parkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
parkeer gebiedende wijs parkeren
parkeerde verleden tijd parkeren
parkeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon parkeren
parkeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon parkeren
parkere aanvoegende wijs parkeren
parkerend onvoltooid deelwoord parkeren
parkerende woordvorm parkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parkeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over parkeren

Wat betekent parkeren?
Parkeren is een werkwoord. Het woord betekent: (een voertuig) tijdelijk ergens plaatsen en laten staan. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je parkeren?
Je vervoegt parkeren als volgt: de tegenwoordige tijd is parkeer, de verleden tijd is parkeerde en het voltooid deelwoord is geparkeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord parkeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

parkeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

parkeren in het kort

parkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van parkeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort parkeren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

parkeren: (een voertuig) tijdelijk ergens plaatsen en laten staan
Deel parkeren — standaardnederlands.nl