parfumeren
werkwoordBetekenis
- met een parfum een geur geven
Vervoeging van parfumeren
parfumerenhele werkwoord — parfumeerdeverleden tijd enkelvoud — parfumeerdenverleden tijd meervoud — geparfumeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | parfumeer | parfumeerde |
| jij | parfumeert | parfumeerde |
| hij, zij, het | parfumeert | parfumeerde |
| wij | parfumeren | parfumeerden |
| jullie | parfumeren | parfumeerden |
| zij | parfumeren | parfumeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geparfumeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geparfumeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geparfumeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geparfumeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geparfumeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geparfumeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geparfumeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geparfumeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geparfumeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geparfumeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geparfumeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geparfumeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geparfumeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geparfumeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geparfumeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geparfumeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geparfumeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geparfumeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geparfumeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparfumeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| parfumeer | gebiedende wijs |
| parfumeerde | verleden tijd |
| parfumere | aanvoegende wijs |
| parfumerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geparfumeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te parfumeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen parfumeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geparfumeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geparfumeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geparfumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geparfumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geparfumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geparfumeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geparfumeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geparfumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geparfumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geparfumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geparfumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geparfumeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geparfumeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geparfumeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geparfumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geparfumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geparfumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geparfumeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geparfumeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geparfumeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geparfumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geparfumeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geparfumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geparfumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geparfumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geparfumeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geparfumeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geparfumeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen parfumeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geparfumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geparfumeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geparfumeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult parfumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse parfumer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van parfumeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| parfumeer | gebiedende wijs | parfumeren |
| parfumeerde | verleden tijd | parfumeren |
| parfumeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | parfumeren |
| parfumeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | parfumeren |
| parfumere | aanvoegende wijs | parfumeren |
| parfumerend | onvoltooid deelwoord | parfumeren |
| parfumerende | woordvorm | parfumeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parfumeren zijn vastgelegd.