Naar de inhoud

parfumeren

met een parfum een geur geven

parfumeren

werkwoord

Betekenis

  1. met een parfum een geur geven

Vervoeging van parfumeren

parfumerenhele werkwoord — parfumeerdeverleden tijd enkelvoud — parfumeerdenverleden tijd meervoud — geparfumeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik parfumeer parfumeerde
jij parfumeert parfumeerde
hij, zij, het parfumeert parfumeerde
wij parfumeren parfumeerden
jullie parfumeren parfumeerden
zij parfumeren parfumeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geparfumeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geparfumeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geparfumeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geparfumeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geparfumeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geparfumeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geparfumeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geparfumeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geparfumeerd verleden tijd, deelwoord
geparfumeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geparfumeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geparfumeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geparfumeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geparfumeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geparfumeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geparfumeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geparfumeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geparfumeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geparfumeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geparfumeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geparfumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geparfumeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geparfumeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geparfumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geparfumeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geparfumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geparfumeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
parfumeer gebiedende wijs
parfumeerde verleden tijd
parfumere aanvoegende wijs
parfumerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geparfumeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te parfumeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen parfumeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geparfumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geparfumeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geparfumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geparfumeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geparfumeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geparfumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geparfumeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geparfumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geparfumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geparfumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geparfumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geparfumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geparfumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geparfumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geparfumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geparfumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geparfumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geparfumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geparfumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geparfumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geparfumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geparfumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geparfumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geparfumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geparfumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geparfumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geparfumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geparfumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geparfumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geparfumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geparfumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geparfumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geparfumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geparfumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen parfumeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geparfumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geparfumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geparfumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult parfumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse parfumer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van parfumeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
parfumeer gebiedende wijs parfumeren
parfumeerde verleden tijd parfumeren
parfumeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon parfumeren
parfumeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon parfumeren
parfumere aanvoegende wijs parfumeren
parfumerend onvoltooid deelwoord parfumeren
parfumerende woordvorm parfumeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parfumeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over parfumeren

Wat is de betekenis van parfumeren?
Parfumeren is een werkwoord. De betekenis is: met een parfum een geur geven.
Hoe vervoeg ik parfumeren?
Zo vervoeg je parfumeren zo: de tegenwoordige tijd is parfumeer, de verleden tijd is parfumeerde en het voltooid deelwoord is geparfumeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord parfumeren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. F 4
  5. U 4
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

parfumeren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. F 4
  5. U 2
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

parfumeren in het kort

parfumeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van parfumeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort parfumeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

parfumeren: met een parfum een geur geven
Deel parfumeren — standaardnederlands.nl