papa
zelfstandig naamwoord ˈpɑpaBetekenis
- informele benaming voor vader door zijn kind
- spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter p
- paus; hoofd van een kerk
- grootvader
- pa
- priester
- vader
- arm
- paus
- papa, vader; mannelijke ouder
- pap; een gerecht dat meestal bestaat uit melk die is gebonden met een zetmeelproduct zoals meel
- dakleer; een bitumen- en teerhoudende dakbedekking
- aardappel
- licht
- een hoge priester in Oosters-Christelijke kerken
- vader; een mannelijke ouder
- doei, dag, tot ziens; een afscheidsgroet
- pap
Hoe spreek je papa uit?
/ˈpɑpa/
Papa bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als pappa.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| papa's | meervoud |
| papaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| papaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vader’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Woordfamilie van papa
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| papa's | meervoud | papa |
| papaatje | verkleinwoord | papa |
| papaatjes | verkleinwoord meervoud | papa |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van papa zijn vastgelegd.