Naar de inhoud

pandoeren

pandoer (kaartspel) spelen

pandoeren is meer dan één woord

pandoeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. pandoer (kaartspel) spelen

Vervoeging van pandoeren

pandoerenhele werkwoord — pandoerdeverleden tijd enkelvoud — pandoerdenverleden tijd meervoud — gepandoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pandoer pandoerde
jij pandoert pandoerde
hij, zij, het pandoert pandoerde
wij pandoeren pandoerden
jullie pandoeren pandoerden
zij pandoeren pandoerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gepandoerd verleden tijd, deelwoord
gepandoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepandoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepandoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepandoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepandoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepandoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepandoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepandoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepandoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepandoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepandoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepandoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepandoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepandoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepandoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepandoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepandoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pandoer gebiedende wijs
pandoerde verleden tijd
pandoere aanvoegende wijs
pandoerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepandoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pandoeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pandoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepandoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepandoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepandoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepandoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepandoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepandoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepandoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepandoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepandoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepandoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepandoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepandoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepandoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pandoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepandoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pandoeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pandoer

Herkomst

afgeleid van pandoer met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van pandoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepandoerd voltooid deelwoord pandoeren
pandoerde verleden tijd pandoeren
pandoerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pandoeren
pandoere aanvoegende wijs pandoeren
pandoerend onvoltooid deelwoord pandoeren
pandoerende woordvorm pandoeren
pandoert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pandoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pandoeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over pandoeren

Wat is de betekenis van pandoeren?
Pandoeren is een werkwoord. De betekenis is: pandoer (kaartspel) spelen.
Hoe vervoeg ik pandoeren?
Zo vervoeg je pandoeren zo: de tegenwoordige tijd is pandoer, de verleden tijd is pandoerde en het voltooid deelwoord is gepandoerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pandoeren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pandoeren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pandoeren in het kort

pandoeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van pandoeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort pandoeren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

pandoeren: pandoer (kaartspel) spelen
Deel pandoeren — standaardnederlands.nl