palm
zelfstandig naamwoord, werkwoord pɑlᵊmBetekenis
- binnenzijde van de hand
- lengtemaat, oorspronkelijk de breedte van een hand; vastgesteld op 1 decimeter
Hoe spreek je palm uit?
/pɑləm/
Palm bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ə | de |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor hoofdzakelijk tropische bomen uit de familie Arecaceae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| palmen | meervoud |
| palmpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| palmpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van palmen
- gebiedende wijs van palmen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van palmen
Vervoeging van palm
palmhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘boomsoort’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van palm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| palmpje | verkleinwoord | palm |
| palmpjes | verkleinwoord meervoud | palm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van palm zijn vastgelegd.