Naar de inhoud

inpalmen

zich op min of meer onrechtmatige wijze meester maken van iets

inpalmen

werkwoord

Betekenis

  1. zich op min of meer onrechtmatige wijze meester maken van iets

Vervoeging van inpalmen

inpalmenhele werkwoord — palmde inverleden tijd enkelvoud — palmden inverleden tijd meervoud — ingepalmdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik palm in palmde in
jij palmt in palmde in
hij, zij, het palmt in palmde in
wij palmen in palmden in
jullie palmen in palmden in
zij palmen in palmden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingepalmd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingepalmd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingepalmd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingepalmd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingepalmd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingepalmd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingepalmd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingepalmd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingepalmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingepalmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingepalmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingepalmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingepalmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingepalmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingepalmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingepalmd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te palmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen palmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal palmen bijzin, toekomende tijd
in zou palmen bijzin, voorwaardelijk
in zouden palmen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt palmen bijzin, voorwaardelijk
in zullen palmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen palmen bijzin, toekomende tijd
in zult palmen bijzin, toekomende tijd
ingepalmd verleden tijd, deelwoord
ingepalmd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingepalmd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingepalmd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepalmd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepalmd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingepalmd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingepalmd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingepalmd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingepalmd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingepalmd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inpalm bijzin, tegenwoordige tijd
inpalmde bijzin, verleden tijd
inpalmden bijzin, verleden tijd
inpalmend onvoltooid, deelwoord
inpalmt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
palm in gebiedende wijs
palmde in verleden tijd
te hebben ingepalmd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inpalmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingepalmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingepalmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingepalmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingepalmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingepalmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingepalmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingepalmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingepalmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingepalmd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepalmd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingepalmd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingepalmd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingepalmd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inpalmen bijzin, toekomende tijd
zijn ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingepalmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingepalmd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingepalmd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingepalmd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingepalmd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingepalmd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingepalmd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inpalmen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inpalmen in zou(dt) palmen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingepalmd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingepalmd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingepalmd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingepalmd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingepalmd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingepalmd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inpalmen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingepalmd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingepalmd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inpalmen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingepalmd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingepalmd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingepalmd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingepalmd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingepalmd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingepalmd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingepalmd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inpalmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inpalmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inpalmen bijzin, toekomende tijd
zult ingepalmd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘naar zich toehalen’ voor het eerst aangetroffen in 1598

Woordfamilie van inpalmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingepalmd voltooid deelwoord inpalmen
ingepalmde woordvorm inpalmen
inpalm subordinate-clause, tegenwoordige tijd inpalmen
inpalmde subordinate-clause, verleden tijd inpalmen
inpalmden subordinate-clause, verleden tijd inpalmen
inpalme with-subordinate-clause inpalmen
inpalmend onvoltooid deelwoord inpalmen
inpalmende woordvorm inpalmen
inpalmt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inpalmen
palm in gebiedende wijs inpalmen
palmde in verleden tijd inpalmen
palmden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inpalmen
palme in woordvorm inpalmen
palmen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inpalmen
palmt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inpalmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inpalmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inpalmen

Wat betekent inpalmen?
Inpalmen is een werkwoord. Het woord betekent: zich op min of meer onrechtmatige wijze meester maken van iets.
Hoe vervoeg je inpalmen?
Je vervoegt inpalmen als volgt: het voltooid deelwoord is ingepalmd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inpalmen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. P 3
  4. A 1
  5. L 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inpalmen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. P 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inpalmen in het kort

inpalmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inpalmen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inpalmen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inpalmen: zich op min of meer onrechtmatige wijze meester maken van iets
Deel inpalmen — standaardnederlands.nl