paletten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het spel met het slagplankje en de vederbal spelen
Vervoeging van paletten
palettenhele werkwoord — paletteverleden tijd enkelvoud — gepaletvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | palet | palette |
| jij | palet | palette |
| hij, zij, het | palet | palette |
| wij | paletten | — |
| jullie | paletten | — |
| zij | paletten | — |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepalet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepalet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepalet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepalet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepalet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepalet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepalet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepalet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepalet | verleden tijd, deelwoord |
| gepalet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepalet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepalet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepalet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepalet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepalet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepalet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepalet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepalet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepalet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepalet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepalet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepalet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepalet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepalet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepalet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepalet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| palet | gebiedende wijs |
| palette | verleden tijd |
| palette | aanvoegende wijs |
| palettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepalet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te paletten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen paletten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepalet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepalet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepalet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal paletten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal paletten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal paletten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepalet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepalet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepalet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou paletten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou paletten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou paletten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepalet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepalet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepalet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden paletten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden paletten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden paletten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepalet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt paletten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepalet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepalet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepalet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen paletten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen paletten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen paletten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen paletten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepalet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult paletten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord palet
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van paletten
Vervoeging van paletten
palettenhele werkwoord
Woordfamilie van paletten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepalet | voltooid deelwoord | paletten |
| palette | verleden tijd | paletten |
| palettend | onvoltooid deelwoord | paletten |
| palettende | woordvorm | paletten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paletten zijn vastgelegd.