Naar de inhoud

paardrijden

zich, zittend op de rug van een paard, verplaatsen

paardrijden is meer dan één woord

paardrijden

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈpaːrt.rɛidə(n)/

Betekenis

  1. zich, zittend op de rug van een paard, verplaatsen
  2. het rijden te paard, ter ontspanning of als sportbeoefening

Hoe spreek je paardrijden uit?

/ˈpartrɛidən/

Paardrijden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpartrɛidən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
a maan
r rood
t tak
ɛi trein
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van paardrijden

paardrijdenhele werkwoord — reed paardverleden tijd enkelvoud — reden paardverleden tijd meervoud — paardgeredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rij paard reed paard
jij rijdt paard reed paard
hij, zij, het rijdt paard reed paard
wij rijden paard reden paard
jullie rijden paard reden paard
zij rijden paard reden paard
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. rij paard/ rijd paard gebiedende wijs
had paardgereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had paardgereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had paardgereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden paardgereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden paardgereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden paardgereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt paardgereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb paardgereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben paardgereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben paardgereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben paardgereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben paardgereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt paardgereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft paardgereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft paardgereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
paard te rijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
paard te zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
paard zal rijden bijzin, toekomende tijd
paard zou rijden bijzin, voorwaardelijk
paard zouden rijden bijzin, voorwaardelijk
paard zoudt rijden bijzin, voorwaardelijk
paard zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
paard zullen rijden bijzin, toekomende tijd
paard zult rijden bijzin, toekomende tijd
paardgereden verleden tijd, deelwoord
paardgereden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
paardgereden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
paardreden bijzin, verleden tijd
paardreed bijzin, verleden tijd
paardrij bijzin, tegenwoordige tijd
paardrijd bijzin, tegenwoordige tijd
paardrijdend onvoltooid, deelwoord
paardrijdt bijzin, tegenwoordige tijd
reed paard verleden tijd
te hebben paardgereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen paardrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal paardgereden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal paardgereden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal paardgereden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal paardrijden bijzin, toekomende tijd
zou paardgereden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou paardgereden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou paardgereden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou paardrijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) paardrijden paard zou(dt) rijden bijzin, voorwaardelijk
zouden paardgereden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden paardgereden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden paardgereden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden paardrijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt paardgereden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt paardrijden bijzin, voorwaardelijk
zullen paardgereden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen paardgereden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen paardgereden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen paardrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen paardrijden bijzin, toekomende tijd
zult paardgereden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult paardrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult paardrijden bijzin, toekomende tijd
zult/zal paardrijden paard zult/zal rijden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

Leenvertaling van Engels horseriding, als kunstvorm voor het eerst bekend in Nederland eind 18e eeuw, zie vindplaats hieronder.

Woordfamilie van paardrijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
paardgereden voltooid deelwoord paardrijden
paardreden subordinate-clause, verleden tijd paardrijden
paardreed subordinate-clause, verleden tijd paardrijden
paardrij subordinate-clause, tegenwoordige tijd paardrijden
paardrijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd paardrijden
paardrijde with-subordinate-clause paardrijden
paardrijdend onvoltooid deelwoord paardrijden
paardrijdende woordvorm paardrijden
paardrijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd paardrijden
reden paard aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon paardrijden
reed paard verleden tijd paardrijden
rij paard aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon paardrijden
rijd paard aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon paardrijden
rijde paard woordvorm paardrijden
rijden paard aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon paardrijden
rijdt paard aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon paardrijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paardrijden zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over paardrijden

Hoe spreek ik paardrijden uit?
Zo spreek je paardrijden uit: /ˈpaːrt.rɛidə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van paardrijden?
Paardrijden is een werkwoord. De betekenis is: zich, zittend op de rug van een paard, verplaatsen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik paardrijden?
Zo vervoeg je paardrijden zo: het voltooid deelwoord is paardgereden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord paardrijden is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. R 2
  7. I 1
  8. J 4
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

paardrijden levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. R 2
  7. I 2
  8. J 4
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

paardrijden in het kort

paardrijden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van paardrijden staan er 47 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort paardrijden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

paardrijden: zich, zittend op de rug van een paard, verplaatsen
Deel paardrijden — standaardnederlands.nl