Naar de inhoud

paardjerijden

een door kleine kinderen vaak gebruikt woord voor paardrijden of het nadoen daarvan op de knie van een volwassene

paardjerijden

werkwoord

Betekenis

  1. een door kleine kinderen vaak gebruikt woord voor paardrijden of het nadoen daarvan op de knie van een volwassene

Vervoeging van paardjerijden

paardjerijdenhele werkwoord — reed paardjeverleden tijd enkelvoud — reden paardjeverleden tijd meervoud — paardjegeredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rij paardje reed paardje
jij rijdt paardje reed paardje
hij, zij, het rijdt paardje reed paardje
wij rijden paardje reden paardje
jullie rijden paardje reden paardje
zij rijden paardje reden paardje
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. rij paardje/ rijd paardje gebiedende wijs
had paardjegereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had paardjegereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had paardjegereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden paardjegereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden paardjegereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden paardjegereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt paardjegereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb paardjegereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben paardjegereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben paardjegereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben paardjegereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben paardjegereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt paardjegereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft paardjegereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft paardjegereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
paardje te rijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
paardje te zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
paardje zal rijden bijzin, toekomende tijd
paardje zou rijden bijzin, voorwaardelijk
paardje zouden rijden bijzin, voorwaardelijk
paardje zoudt rijden bijzin, voorwaardelijk
paardje zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
paardje zullen rijden bijzin, toekomende tijd
paardje zult rijden bijzin, toekomende tijd
paardjegereden verleden tijd, deelwoord
paardjegereden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
paardjegereden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
paardjereden bijzin, verleden tijd
paardjereed bijzin, verleden tijd
paardjereedt bijzin, verleden tijd
paardjerij bijzin, tegenwoordige tijd
paardjerijd bijzin, tegenwoordige tijd
paardjerijdend onvoltooid, deelwoord
paardjerijdt bijzin, tegenwoordige tijd
reed paardje verleden tijd
te hebben paardjegereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen paardjerijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal paardjegereden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal paardjegereden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal paardjegereden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal paardjerijden bijzin, toekomende tijd
zou paardjegereden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou paardjegereden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou paardjegereden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou paardjerijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) paardjerijden paardje zou(dt) rijden bijzin, voorwaardelijk
zouden paardjegereden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden paardjegereden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden paardjegereden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden paardjerijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt paardjegereden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt paardjerijden bijzin, voorwaardelijk
zullen paardjegereden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen paardjegereden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen paardjegereden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen paardjerijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen paardjerijden bijzin, toekomende tijd
zult paardjegereden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult paardjerijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult paardjerijden bijzin, toekomende tijd
zult/zal paardjerijden paardje zult/zal rijden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van paardje en rijden

Woordfamilie van paardjerijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
paardjegereden voltooid deelwoord paardjerijden
paardjereden subordinate-clause, verleden tijd paardjerijden
paardjereed subordinate-clause, verleden tijd paardjerijden
paardjerij subordinate-clause, tegenwoordige tijd paardjerijden
paardjerijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd paardjerijden
paardjerijde with-subordinate-clause paardjerijden
paardjerijdend onvoltooid deelwoord paardjerijden
paardjerijdende woordvorm paardjerijden
paardjerijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd paardjerijden
reden paardje aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon paardjerijden
reed paardje verleden tijd paardjerijden
rij paardje aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon paardjerijden
rijd paardje aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon paardjerijden
rijde paardje woordvorm paardjerijden
rijden paardje aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon paardjerijden
rijdt paardje aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon paardjerijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paardjerijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over paardjerijden

Wat is de betekenis van paardjerijden?
Paardjerijden is een werkwoord. De betekenis is: een door kleine kinderen vaak gebruikt woord voor paardrijden of het nadoen daarvan op de knie van een volwassene.
Hoe vervoeg ik paardjerijden?
Zo vervoeg je paardjerijden zo: het voltooid deelwoord is paardjegereden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord paardjerijden is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. J 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. I 1
  10. J 4
  11. D 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

paardjerijden levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. J 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. I 2
  10. J 4
  11. D 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 27 zonder bonus
  15. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

paardjerijden in het kort

paardjerijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van paardjerijden staan er 49 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort paardjerijden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

paardjerijden: een door kleine kinderen vaak gebruikt woord voor paardrijden of het nadoen daarvan op de knie van een volwassene
Deel paardjerijden — standaardnederlands.nl