Naar de inhoud

paaldansen

erotisch rond een paal op een podium dansen in een nachtclub maar ook in een fitnesscenter

paaldansen

werkwoord ˈpaldɑnsə(n)

Betekenis

  1. erotisch rond een paal op een podium dansen in een nachtclub maar ook in een fitnesscenter

Hoe spreek je paaldansen uit?

/ˈpaldɑnsən/

Paaldansen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpaldɑnsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
a maan
l land
d dak
ɑ bad
n nek
s sok
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van paaldansen

paaldansenhele werkwoord — paaldansteverleden tijd enkelvoud — paaldanstenverleden tijd meervoud — gepaaldanstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik paaldans paaldanste
jij paaldanst paaldanste
hij, zij, het paaldanst paaldanste
wij paaldansen paaldansten
jullie paaldansen paaldansten
zij paaldansen paaldansten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepaaldanst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepaaldanst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepaaldanst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepaaldanst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepaaldanst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepaaldanst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepaaldanst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepaaldanst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepaaldanst verleden tijd, deelwoord
gepaaldanst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepaaldanst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepaaldanst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepaaldanst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepaaldanst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepaaldanst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepaaldanst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepaaldanst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepaaldanst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepaaldanst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepaaldanst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepaaldanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepaaldanst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepaaldanst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepaaldanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepaaldanst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepaaldanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepaaldanst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
paaldans gebiedende wijs
paaldanse aanvoegende wijs
paaldansend onvoltooid, deelwoord
paaldanste verleden tijd
te hebben gepaaldanst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te paaldansen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen paaldansen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepaaldanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepaaldanst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepaaldanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepaaldanst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepaaldanst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepaaldanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepaaldanst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepaaldanst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepaaldanst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepaaldanst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepaaldanst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepaaldanst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepaaldanst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepaaldanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepaaldanst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepaaldanst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepaaldanst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepaaldanst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepaaldanst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepaaldanst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepaaldanst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepaaldanst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepaaldanst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepaaldanst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepaaldanst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepaaldanst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepaaldanst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepaaldanst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepaaldanst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepaaldanst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepaaldanst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepaaldanst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepaaldanst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepaaldanst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen paaldansen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepaaldanst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepaaldanst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepaaldanst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult paaldansen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van paal en dansen

Woordfamilie van paaldansen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepaaldanst voltooid deelwoord paaldansen
gepaaldanste woordvorm paaldansen
paaldans gebiedende wijs paaldansen
paaldanse aanvoegende wijs paaldansen
paaldansend onvoltooid deelwoord paaldansen
paaldansende woordvorm paaldansen
paaldanst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon paaldansen
paaldanste verleden tijd paaldansen
paaldansten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon paaldansen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paaldansen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over paaldansen

Hoe spreek ik paaldansen uit?
Zo spreek je paaldansen uit: /ˈpaldɑnsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van paaldansen?
Paaldansen is een werkwoord. De betekenis is: erotisch rond een paal op een podium dansen in een nachtclub maar ook in een fitnesscenter.
Hoe vervoeg ik paaldansen?
Zo vervoeg je paaldansen zo: de tegenwoordige tijd is paaldans, de verleden tijd is paaldanste en het voltooid deelwoord is gepaaldanst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord paaldansen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. A 1
  4. L 3
  5. D 2
  6. A 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

paaldansen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. A 1
  4. L 3
  5. D 2
  6. A 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

paaldansen in het kort

paaldansen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van paaldansen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort paaldansen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

paaldansen: erotisch rond een paal op een podium dansen in een nachtclub maar ook in een fitnesscenter
Deel paaldansen — standaardnederlands.nl