Naar de inhoud

overtroeven

nadat iemand een troefkaart gespeeld heeft, een hogere kaart spelen

overtroeven

werkwoord

Betekenis

  1. nadat iemand een troefkaart gespeeld heeft, een hogere kaart spelen
  2. beter presteren dan iemand

Vervoeging van overtroeven

overtroevenhele werkwoord — overtroefdeverleden tijd enkelvoud — overtroefdenverleden tijd meervoud — overtroefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overtroef overtroefde
jij overtroeft overtroefde
hij, zij, het overtroeft overtroefde
wij overtroeven overtroefden
jullie overtroeven overtroefden
zij overtroeven overtroefden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overtroefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overtroefd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overtroefd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overtroefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overtroefd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overtroefd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overtroefd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overtroefd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overtroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overtroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overtroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overtroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overtroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overtroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overtroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overtroefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overtroef gebiedende wijs
overtroefd verleden tijd, deelwoord
overtroefd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overtroefd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overtroefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overtroefd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overtroefd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overtroefd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overtroefd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overtroefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overtroefd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overtroefd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overtroefde verleden tijd
overtroeve aanvoegende wijs
overtroevend onvoltooid, deelwoord
te hebben overtroefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overtroeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overtroeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overtroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overtroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overtroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overtroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overtroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overtroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overtroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overtroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overtroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overtroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overtroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overtroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overtroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overtroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overtroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overtroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overtroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overtroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overtroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overtroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overtroefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overtroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overtroefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overtroefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overtroefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overtroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overtroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overtroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overtroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overtroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overtroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overtroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overtroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overtroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overtroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overtroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overtroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overtroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overtroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overtroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overtroefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overtroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overtroefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overtroefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overtroefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overtroefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overtroeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overtroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overtroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overtroefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overtroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over bw en troeven ww

Woordfamilie van overtroeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overtroef gebiedende wijs overtroeven
overtroefd voltooid deelwoord overtroeven
overtroefde verleden tijd overtroeven
overtroefden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overtroeven
overtroeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overtroeven
overtroeve aanvoegende wijs overtroeven
overtroevend onvoltooid deelwoord overtroeven
overtroevende woordvorm overtroeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overtroeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overtroeven

Wat is de betekenis van overtroeven?
Overtroeven is een werkwoord. De betekenis is: nadat iemand een troefkaart gespeeld heeft, een hogere kaart spelen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik overtroeven?
Zo vervoeg je overtroeven zo: de tegenwoordige tijd is overtroef, de verleden tijd is overtroefde en het voltooid deelwoord is overtroefd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overtroeven is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overtroeven levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. O 1
  8. E 1
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overtroeven in het kort

overtroeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van overtroeven staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overtroeven bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overtroeven: nadat iemand een troefkaart gespeeld heeft, een hogere kaart spelen
Deel overtroeven — standaardnederlands.nl