overtroeven
werkwoordBetekenis
- nadat iemand een troefkaart gespeeld heeft, een hogere kaart spelen
- beter presteren dan iemand
Vervoeging van overtroeven
overtroevenhele werkwoord — overtroefdeverleden tijd enkelvoud — overtroefdenverleden tijd meervoud — overtroefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | overtroef | overtroefde |
| jij | overtroeft | overtroefde |
| hij, zij, het | overtroeft | overtroefde |
| wij | overtroeven | overtroefden |
| jullie | overtroeven | overtroefden |
| zij | overtroeven | overtroefden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overtroefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overtroefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overtroefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overtroefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overtroefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overtroefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overtroefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overtroefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overtroefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overtroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overtroefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overtroefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overtroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overtroefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overtroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overtroefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| overtroef | gebiedende wijs |
| overtroefd | verleden tijd, deelwoord |
| overtroefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overtroefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overtroefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overtroefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overtroefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overtroefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overtroefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overtroefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overtroefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overtroefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overtroefde | verleden tijd |
| overtroeve | aanvoegende wijs |
| overtroevend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben overtroefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te overtroeven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overtroeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overtroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overtroefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overtroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overtroefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overtroefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overtroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overtroefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overtroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overtroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overtroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overtroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overtroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overtroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overtroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overtroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overtroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overtroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overtroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overtroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overtroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden overtroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overtroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overtroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overtroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overtroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overtroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt overtroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overtroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen overtroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overtroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overtroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overtroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overtroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overtroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overtroeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult overtroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overtroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overtroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overtroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van over bw en troeven ww
Woordfamilie van overtroeven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overtroef | gebiedende wijs | overtroeven |
| overtroefd | voltooid deelwoord | overtroeven |
| overtroefde | verleden tijd | overtroeven |
| overtroefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overtroeven |
| overtroeft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overtroeven |
| overtroeve | aanvoegende wijs | overtroeven |
| overtroevend | onvoltooid deelwoord | overtroeven |
| overtroevende | woordvorm | overtroeven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overtroeven zijn vastgelegd.