oversteek
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het oversteken van de ene plaats naar de andere
- overhangend deel van een bouwwerk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oversteekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oversteekjes | verkleinwoord, meervoud |
| oversteken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oversteken
Vervoeging van oversteek
oversteekhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van over en steek
Woordfamilie van oversteek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oversteekje | verkleinwoord | oversteek |
| oversteekjes | verkleinwoord meervoud | oversteek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oversteek zijn vastgelegd.