overhouden
werkwoordBetekenis
- nog hebben nadat al het nodige is verdeeld of gebruikt
- blijven bestaan
werkwoord
- behouden, vasthouden (als overblijfsel of gevolg van iets anders) transitive
- scholieren na afloop van de gewone lestijd langer op school houden transitive
- biljartballen in een bepaalde positie t.o.v. elkaar houden om er een serie mee te maken transitive
- naar tevredenheid zijn, naar wens zijn; echter vrijwel altijd gebruikt in combinatie met niet, waardoor de betekenis in de praktijk juist tegengesteld is aan de hiervoor gegeven definitie impersonal, intransitive
Vervoeging van overhouden
overhoudenhele werkwoord — hield oververleden tijd enkelvoud — hielden oververleden tijd meervoud — overgehoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hou over | hield over |
| jij | houdt over | hield over |
| hij, zij, het | houdt over | hield over |
| wij | houden over | hielden over |
| jullie | houden over | hielden over |
| zij | houden over | hielden over |
Alle 84 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is overgehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overgehouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overgehouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overgehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overgehouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overgehouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overgehouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overgehouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overgehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overgehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overgehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overgehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hield over | verleden tijd |
| hou over | gebiedende wijs |
| houd over | gebiedende wijs |
| over te houden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal houden | bijzin, toekomende tijd |
| over zou houden | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden houden | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt houden | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen houden | bijzin, toekomende tijd |
| over zult houden | bijzin, toekomende tijd |
| overgehouden | verleden tijd, deelwoord |
| overgehouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgehouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhield | bijzin, verleden tijd |
| overhielden | bijzin, verleden tijd |
| overhou | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overhoud | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overhoudend | onvoltooid, deelwoord |
| overhoudt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben overgehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overhouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal overgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overhouden | bijzin, toekomende tijd |
| zou overgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overhouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overhouden over zou(dt) houden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overhouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overhouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overhouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overhouden | bijzin, toekomende tijd |
| zult overgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult overhouden | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal overhouden over zult/zal houden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van over en houden
Woordfamilie van overhouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hield over | verleden tijd | overhouden |
| hielden over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overhouden |
| hou over | gebiedende wijs | overhouden |
| houd over | gebiedende wijs | overhouden |
| houde over | woordvorm | overhouden |
| houden over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overhouden |
| houdt over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overhouden |
| overgehouden | voltooid deelwoord | overhouden |
| overhield | subordinate-clause, verleden tijd | overhouden |
| overhielden | subordinate-clause, verleden tijd | overhouden |
| overhou | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overhouden |
| overhoud | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overhouden |
| overhoude | with-subordinate-clause | overhouden |
| overhoudend | onvoltooid deelwoord | overhouden |
| overhoudende | woordvorm | overhouden |
| overhoudt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overhouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overhouden zijn vastgelegd.