overeenbrengen
werkwoordBetekenis
- op elkaar afstemmen
Vervoeging van overeenbrengen
overeenbrengenhele werkwoord — bracht overeenverleden tijd enkelvoud — brachten overeenverleden tijd meervoud — overeengebrachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | breng overeen | bracht overeen |
| jij | brengt overeen | bracht overeen |
| hij, zij, het | brengt overeen | bracht overeen |
| wij | brengen overeen | brachten overeen |
| jullie | brengen overeen | brachten overeen |
| zij | brengen overeen | brachten overeen |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bracht overeen | verleden tijd |
| breng overeen | gebiedende wijs |
| er is overeengebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overeengebracht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overeengebracht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overeengebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overeengebracht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overeengebracht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overeengebracht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overeengebracht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overeengebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overeengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overeengebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overeengebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overeengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overeengebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overeengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overeengebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| overeen te brengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overeen te zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overeen zal brengen | bijzin, toekomende tijd |
| overeen zou brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| overeen zouden brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| overeen zoudt brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| overeen zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overeen zullen brengen | bijzin, toekomende tijd |
| overeen zult brengen | bijzin, toekomende tijd |
| overeenbracht | bijzin, verleden tijd |
| overeenbrachten | bijzin, verleden tijd |
| overeenbreng | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overeenbrengend | onvoltooid, deelwoord |
| overeenbrengt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overeengebracht | verleden tijd, deelwoord |
| overeengebracht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overeengebracht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overeengebracht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overeengebracht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overeengebracht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overeengebracht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overeengebracht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overeengebracht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overeengebracht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overeengebracht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben overeengebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overeenbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overeengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overeengebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overeengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overeengebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overeengebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overeengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overeengebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overeengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overeenbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zal overeengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overeengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overeengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overeengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overeengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overeengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overeenbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou overeengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overeengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overeengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overeengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overeengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overeengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) overeenbrengen overeen zou(dt) brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overeenbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overeengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overeengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overeengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overeengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overeengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overeengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overeenbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overeengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overeengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen overeenbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overeenbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen overeengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overeengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overeengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overeengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overeengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overeengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overeengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult overeenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van overeen en brengen
Woordfamilie van overeenbrengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bracht overeen | verleden tijd | overeenbrengen |
| brachten overeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overeenbrengen |
| breng overeen | gebiedende wijs | overeenbrengen |
| brenge overeen | woordvorm | overeenbrengen |
| brengen overeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overeenbrengen |
| brengt overeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overeenbrengen |
| overeenbracht | subordinate-clause, verleden tijd | overeenbrengen |
| overeenbrachten | subordinate-clause, verleden tijd | overeenbrengen |
| overeenbreng | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overeenbrengen |
| overeenbrenge | with-subordinate-clause | overeenbrengen |
| overeenbrengend | onvoltooid deelwoord | overeenbrengen |
| overeenbrengende | woordvorm | overeenbrengen |
| overeenbrengt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overeenbrengen |
| overeengebracht | voltooid deelwoord | overeenbrengen |
| overeengebrachte | woordvorm | overeenbrengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overeenbrengen zijn vastgelegd.