Naar de inhoud

overeenbrengen

op elkaar afstemmen

overeenbrengen

werkwoord

Betekenis

  1. op elkaar afstemmen

Vervoeging van overeenbrengen

overeenbrengenhele werkwoord — bracht overeenverleden tijd enkelvoud — brachten overeenverleden tijd meervoud — overeengebrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breng overeen bracht overeen
jij brengt overeen bracht overeen
hij, zij, het brengt overeen bracht overeen
wij brengen overeen brachten overeen
jullie brengen overeen brachten overeen
zij brengen overeen brachten overeen
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bracht overeen verleden tijd
breng overeen gebiedende wijs
er is overeengebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overeengebracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overeengebracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overeengebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overeengebracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overeengebracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overeengebracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overeengebracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overeengebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overeengebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overeengebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overeengebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overeengebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overeen te brengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overeen te zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeen zal brengen bijzin, toekomende tijd
overeen zou brengen bijzin, voorwaardelijk
overeen zouden brengen bijzin, voorwaardelijk
overeen zoudt brengen bijzin, voorwaardelijk
overeen zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overeen zullen brengen bijzin, toekomende tijd
overeen zult brengen bijzin, toekomende tijd
overeenbracht bijzin, verleden tijd
overeenbrachten bijzin, verleden tijd
overeenbreng bijzin, tegenwoordige tijd
overeenbrengend onvoltooid, deelwoord
overeenbrengt bijzin, tegenwoordige tijd
overeengebracht verleden tijd, deelwoord
overeengebracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overeengebracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overeengebracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeengebracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeengebracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeengebracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overeengebracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overeengebracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overeengebracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overeengebracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben overeengebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overeenbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overeengebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overeengebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overeengebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overeengebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overeengebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overeengebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overeenbrengen bijzin, toekomende tijd
zal overeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overeengebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overeenbrengen bijzin, voorwaardelijk
zou overeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) overeenbrengen overeen zou(dt) brengen bijzin, voorwaardelijk
zouden overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overeenbrengen bijzin, voorwaardelijk
zouden overeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overeenbrengen bijzin, voorwaardelijk
zoudt overeengebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overeengebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen overeenbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overeenbrengen bijzin, toekomende tijd
zullen overeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overeengebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overeengebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overeengebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult overeenbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van overeen en brengen

Woordfamilie van overeenbrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bracht overeen verleden tijd overeenbrengen
brachten overeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overeenbrengen
breng overeen gebiedende wijs overeenbrengen
brenge overeen woordvorm overeenbrengen
brengen overeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overeenbrengen
brengt overeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overeenbrengen
overeenbracht subordinate-clause, verleden tijd overeenbrengen
overeenbrachten subordinate-clause, verleden tijd overeenbrengen
overeenbreng subordinate-clause, tegenwoordige tijd overeenbrengen
overeenbrenge with-subordinate-clause overeenbrengen
overeenbrengend onvoltooid deelwoord overeenbrengen
overeenbrengende woordvorm overeenbrengen
overeenbrengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overeenbrengen
overeengebracht voltooid deelwoord overeenbrengen
overeengebrachte woordvorm overeenbrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overeenbrengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overeenbrengen

Wat betekent overeenbrengen?
Overeenbrengen is een werkwoord. Het woord betekent: op elkaar afstemmen.
Hoe vervoeg je overeenbrengen?
Je vervoegt overeenbrengen als volgt: het voltooid deelwoord is overeengebracht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overeenbrengen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. B 3
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. G 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overeenbrengen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. B 4
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. G 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 24 zonder bonus
  16. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overeenbrengen in het kort

overeenbrengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overeenbrengen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overeenbrengen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overeenbrengen: op elkaar afstemmen
Deel overeenbrengen — standaardnederlands.nl