overbrugging
zelfstandig naamwoord ˌovərˈbrʏɣɪŋBetekenis
- het maken van een verbinding tussen twee zaken die niet aan elkaar zitten, ook in figuurlijke zin
Hoe spreek je overbrugging uit?
/ˌovərˈbrʏxɪŋ/
Overbrugging bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| ʏ | put |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overbruggingen | meervoud |
| overbrugginkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overbrugginkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van overbruggen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van overbrugging
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overbruggingen | meervoud | overbrugging |
| overbrugginkje | verkleinwoord | overbrugging |
| overbrugginkjes | verkleinwoord meervoud | overbrugging |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overbrugging zijn vastgelegd.