overbeladen
werkwoordBetekenis
- te zwaar beladen
Vervoeging van overbeladen
overbeladenhele werkwoord — overbelaaddeverleden tijd enkelvoud — overbelaaddenverleden tijd meervoud — overbeladenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | overbelaad | overbelaadde |
| jij | overbelaadt | overbelaadde |
| hij, zij, het | overbelaadt | overbelaadde |
| wij | overbeladen | overbelaadden |
| jullie | overbeladen | overbelaadden |
| zij | overbeladen | overbelaadden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overbeladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overbeladen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overbeladen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overbeladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overbeladen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overbeladen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overbeladen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overbeladen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overbeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overbeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overbeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overbeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overbeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overbeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overbeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overbeladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| overbelaad | gebiedende wijs |
| overbelaadde | verleden tijd |
| overbelade | aanvoegende wijs |
| overbeladen | verleden tijd, deelwoord |
| overbeladen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overbeladen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overbeladen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overbeladen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overbeladen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overbeladen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overbeladen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overbeladen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overbeladen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overbeladen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overbeladend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben overbeladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te overbeladen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overbeladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overbeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overbeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overbeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overbeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overbeladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overbeladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overbeladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overbeladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overbeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overbeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overbeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overbeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overbeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overbeladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overbeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overbeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overbeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overbeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overbeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overbeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overbeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overbeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overbeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overbeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overbeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overbeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overbeladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overbeladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen overbeladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overbeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overbeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overbeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overbeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overbeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overbeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult overbeladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult overbeladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overbeladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overbeladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van over en beladen ww
Woordfamilie van overbeladen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overbelaad | gebiedende wijs | overbeladen |
| overbelaadde | verleden tijd | overbeladen |
| overbelaadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overbeladen |
| overbelaadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overbeladen |
| overbelade | aanvoegende wijs | overbeladen |
| overbeladend | onvoltooid deelwoord | overbeladen |
| overbeladende | woordvorm | overbeladen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overbeladen zijn vastgelegd.