Naar de inhoud

outilleren

voorzien van werktuigen, van materieel, van kennis

outilleren

werkwoord

Betekenis

  1. voorzien van werktuigen, van materieel, van kennis

Vervoeging van outilleren

outillerenhele werkwoord — outilleerdeverleden tijd enkelvoud — outilleerdenverleden tijd meervoud — geoutilleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik outilleer outilleerde
jij outilleert outilleerde
hij, zij, het outilleert outilleerde
wij outilleren outilleerden
jullie outilleren outilleerden
zij outilleren outilleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geoutilleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geoutilleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geoutilleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geoutilleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geoutilleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geoutilleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geoutilleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geoutilleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geoutilleerd verleden tijd, deelwoord
geoutilleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geoutilleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geoutilleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoutilleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoutilleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoutilleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geoutilleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geoutilleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geoutilleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geoutilleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geoutilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geoutilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geoutilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geoutilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geoutilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geoutilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geoutilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoutilleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
outilleer gebiedende wijs
outilleerde verleden tijd
outillere aanvoegende wijs
outillerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geoutilleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te outilleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen outilleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geoutilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geoutilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geoutilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geoutilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geoutilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geoutilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geoutilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geoutilleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geoutilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoutilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geoutilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geoutilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoutilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal outilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal outilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal outilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geoutilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geoutilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoutilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoutilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoutilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoutilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoutilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou outilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou outilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou outilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geoutilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geoutilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geoutilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geoutilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geoutilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geoutilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden outilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden outilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden outilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geoutilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geoutilleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt outilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geoutilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geoutilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geoutilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geoutilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geoutilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geoutilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen outilleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen outilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen outilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen outilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geoutilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geoutilleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geoutilleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult outilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse outiller (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van outilleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
outilleer gebiedende wijs outilleren
outilleerde verleden tijd outilleren
outilleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon outilleren
outilleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon outilleren
outillere aanvoegende wijs outilleren
outillerend onvoltooid deelwoord outilleren
outillerende woordvorm outilleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van outilleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over outilleren

Wat betekent outilleren?
Outilleren is een werkwoord. Het woord betekent: voorzien van werktuigen, van materieel, van kennis.
Hoe vervoeg je outilleren?
Je vervoegt outilleren als volgt: de tegenwoordige tijd is outilleer, de verleden tijd is outilleerde en het voltooid deelwoord is geoutilleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord outilleren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. U 4
  3. T 2
  4. I 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

outilleren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. U 2
  3. T 2
  4. I 2
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

outilleren in het kort

outilleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van outilleren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort outilleren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

outilleren: voorzien van werktuigen, van materieel, van kennis
Deel outilleren — standaardnederlands.nl