outillage
zelfstandig naamwoordBetekenis
- uitrusting, toerusting
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| outillages | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uitrusting’ voor het eerst aangetroffen in 1926
Woordfamilie van outillage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| outillages | meervoud | outillage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van outillage zijn vastgelegd.