oriënteren
werkwoordBetekenis
- richten
- richten volgens het kompas
- voorlichten, inzicht geven
- zich ~: inzicht trachten te verkrijgen, nagaan waar men zich bevindt, zich inwerken
Vervoeging van oriënteren
oriënterenhele werkwoord — oriënteerdeverleden tijd enkelvoud — oriënteerdenverleden tijd meervoud — georiënteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | oriënteer | oriënteerde |
| jij | oriënteert | oriënteerde |
| hij, zij, het | oriënteert | oriënteerde |
| wij | oriënteren | oriënteerden |
| jullie | oriënteren | oriënteerden |
| zij | oriënteren | oriënteerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is georiënteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was georiënteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd georiënteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt georiënteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal georiënteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal georiënteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou georiënteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou georiënteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| georiënteerd | verleden tijd, deelwoord |
| georiënteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| georiënteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| georiënteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| georiënteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| georiënteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| georiënteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| georiënteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| georiënteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| georiënteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| georiënteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had georiënteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had georiënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had georiënteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden georiënteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden georiënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden georiënteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt georiënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben georiënteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| oriënteer | gebiedende wijs |
| oriënteer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| oriënteer u/je , oriënteert je | gebiedende wijs |
| oriënteerde | verleden tijd |
| oriënteerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| oriënteerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| oriënteerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| oriënteerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| oriënteerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| oriënteerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| oriënteerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| oriënteerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| oriënteerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| oriënteerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| oriënteert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| oriënteert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| oriënteert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| oriënteert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| oriënteert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| oriënteert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| oriëntere | aanvoegende wijs |
| oriëntere zich | aanvoegende wijs |
| oriënteren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| oriënteren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| oriënteren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| oriënterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben georiënteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te oriënteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen oriënteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart georiënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren georiënteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren georiënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren georiënteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was georiënteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was georiënteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was georiënteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt georiënteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal georiënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal georiënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal georiënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal georiënteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal georiënteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me oriënteren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich oriënteren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je oriënteren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich georiënteerd hebben | verleden tijd |
| zich oriënterend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt georiënteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou georiënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou georiënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou georiënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou georiënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou georiënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou georiënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden georiënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden georiënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden georiënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden georiënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden georiënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden georiënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt georiënteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt georiënteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oriënteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen georiënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen georiënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen georiënteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen georiënteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
Van het Franse orienter (met het achtervoegsel -eren). Verder via orient zn te herleiden tot Latijn oriens. .
Woordfamilie van oriënteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oriënteer | gebiedende wijs | oriënteren |
| oriënteerde | verleden tijd | oriënteren |
| oriënteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | oriënteren |
| oriënteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | oriënteren |
| oriëntere | aanvoegende wijs | oriënteren |
| oriënterend | onvoltooid deelwoord | oriënteren |
| oriënterende | woordvorm | oriënteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oriënteren zijn vastgelegd.