Naar de inhoud

navigeren

plannen en volgen van een route op een schip, een vliegtuig etc.

navigeren

werkwoord

Betekenis

  1. plannen en volgen van een route op een schip, een vliegtuig etc.
  2. schipperen, omzichtig te werk gaan in de omgang met mensen
  3. internetten, surfen

Vervoeging van navigeren

navigerenhele werkwoord — navigeerdeverleden tijd enkelvoud — navigeerdenverleden tijd meervoud — genavigeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik navigeer navigeerde
jij navigeert navigeerde
hij, zij, het navigeert navigeerde
wij navigeren navigeerden
jullie navigeren navigeerden
zij navigeren navigeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
genavigeerd verleden tijd, deelwoord
genavigeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genavigeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had genavigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had genavigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had genavigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden genavigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden genavigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden genavigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt genavigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb genavigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genavigeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben genavigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genavigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben genavigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt genavigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genavigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genavigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
navigeer gebiedende wijs
navigeerde verleden tijd
navigere aanvoegende wijs
navigerend onvoltooid, deelwoord
te hebben genavigeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te navigeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen navigeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal genavigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genavigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal genavigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal navigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal navigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal navigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou genavigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genavigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genavigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou navigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou navigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou navigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden genavigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genavigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genavigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden navigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden navigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden navigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt genavigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt navigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen genavigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genavigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genavigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen navigeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen navigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen navigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen navigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult genavigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult navigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘een schip vakkundig besturen’ voor het eerst aangetroffen in 1613

Woordfamilie van navigeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
genavigeerd voltooid deelwoord navigeren
navigeer gebiedende wijs navigeren
navigeerde verleden tijd navigeren
navigeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon navigeren
navigeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon navigeren
navigere aanvoegende wijs navigeren
navigerend onvoltooid deelwoord navigeren
navigerende woordvorm navigeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van navigeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over navigeren

Wat is de betekenis van navigeren?
Navigeren is een werkwoord. De betekenis is: plannen en volgen van een route op een schip, een vliegtuig etc. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik navigeren?
Zo vervoeg je navigeren zo: de tegenwoordige tijd is navigeer, de verleden tijd is navigeerde en het voltooid deelwoord is genavigeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord navigeren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. V 4
  4. I 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

navigeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. V 4
  4. I 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

navigeren in het kort

navigeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van navigeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort navigeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

navigeren: plannen en volgen van een route op een schip, een vliegtuig etc.
Deel navigeren — standaardnederlands.nl