order
zelfstandig naamwoord ˈɔrdərBetekenis
- een verzoek om diensten of goederen te leveren
- verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak
- volgorde
- orde
- ridderorde, orde
- bevel, order
- bestelling, order
- bestellen
- bevelen
- oproep waarmee de voorzitter in het Britse Lagerhuis verzoekt om minder rumoerig te zijn
- bevel
Hoe spreek je order uit?
/ˈɔrdər/
Order bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| orders | meervoud |
| ordertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ordertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Frans ordre in de betekenis van ‘bevel’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van order
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| orders | meervoud | order |
| ordertje | verkleinwoord | order |
| ordertjes | verkleinwoord meervoud | order |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van order zijn vastgelegd.