Naar de inhoud

opzuipen

drank tot zich nemen tot er niets meer over is

opzuipen

werkwoord

Betekenis

  1. drank tot zich nemen tot er niets meer over is

Vervoeging van opzuipen

opzuipenhele werkwoord — zoop opverleden tijd enkelvoud — zopen opverleden tijd meervoud — opgezopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zuip op zoop op
jij zuipt op zoop op
hij, zij, het zuipt op zoop op
wij zuipen op zopen op
jullie zuipen op zopen op
zij zuipen op zopen op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgezopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgezopen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgezopen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgezopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgezopen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgezopen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgezopen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgezopen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgezopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgezopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgezopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgezopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgezopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgezopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgezopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgezopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te zuipen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen zuipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal zuipen bijzin, toekomende tijd
op zou zuipen bijzin, voorwaardelijk
op zouden zuipen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt zuipen bijzin, voorwaardelijk
op zullen zuipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen zuipen bijzin, toekomende tijd
op zult zuipen bijzin, toekomende tijd
opgezopen verleden tijd, deelwoord
opgezopen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgezopen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgezopen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgezopen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgezopen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgezopen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgezopen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgezopen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgezopen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgezopen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opzoop bijzin, verleden tijd
opzopen bijzin, verleden tijd
opzuip bijzin, tegenwoordige tijd
opzuipend onvoltooid, deelwoord
opzuipt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben opgezopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opzuipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgezopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgezopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgezopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgezopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgezopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgezopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgezopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgezopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgezopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgezopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgezopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgezopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgezopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgezopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgezopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgezopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgezopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgezopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgezopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgezopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgezopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgezopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgezopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgezopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgezopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opzuipen bijzin, toekomende tijd
zijn opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgezopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zoop op verleden tijd
zou opgezopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgezopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgezopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgezopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgezopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgezopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opzuipen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opzuipen op zou(dt) zuipen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgezopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgezopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgezopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgezopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgezopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgezopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opzuipen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgezopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgezopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opzuipen bijzin, voorwaardelijk
zuip op gebiedende wijs
zullen opgezopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgezopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgezopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgezopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgezopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgezopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgezopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opzuipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opzuipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opzuipen bijzin, toekomende tijd
zult opgezopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en zuipen

Woordfamilie van opzuipen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgezopen voltooid deelwoord opzuipen
opzoop subordinate-clause, verleden tijd opzuipen
opzopen subordinate-clause, verleden tijd opzuipen
opzuip subordinate-clause, tegenwoordige tijd opzuipen
opzuipe with-subordinate-clause opzuipen
opzuipend onvoltooid deelwoord opzuipen
opzuipende woordvorm opzuipen
opzuipt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opzuipen
zoop op verleden tijd opzuipen
zopen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opzuipen
zuip op gebiedende wijs opzuipen
zuipe op woordvorm opzuipen
zuipen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opzuipen
zuipt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opzuipen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opzuipen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opzuipen

Wat is de betekenis van opzuipen?
Opzuipen is een werkwoord. De betekenis is: drank tot zich nemen tot er niets meer over is.
Hoe vervoeg ik opzuipen?
Zo vervoeg je opzuipen zo: het voltooid deelwoord is opgezopen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opzuipen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. Z 4
  4. U 4
  5. I 1
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opzuipen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. Z 5
  4. U 2
  5. I 2
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 zonder bonus
  10. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opzuipen in het kort

opzuipen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van opzuipen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opzuipen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opzuipen: drank tot zich nemen tot er niets meer over is
Deel opzuipen — standaardnederlands.nl