Naar de inhoud

opzitten

overeind zitten

opzitten

werkwoord

Betekenis

  1. overeind zitten
  2. op de achterste poten gaan zitten
  3. zich op zijn best presenteren

Vervoeging van opzitten

opzittenhele werkwoord — zat opverleden tijd enkelvoud — zaten opverleden tijd meervoud — opgezetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zit op zat op
jij zit op zat op
hij, zij, het zit op zat op
wij zitten op zaten op
jullie zitten op zaten op
zij zitten op zaten op
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had opgezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te zitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen zitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal zitten bijzin, toekomende tijd
op zou zitten bijzin, voorwaardelijk
op zouden zitten bijzin, voorwaardelijk
op zoudt zitten bijzin, voorwaardelijk
op zullen zitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen zitten bijzin, toekomende tijd
op zult zitten bijzin, toekomende tijd
opgezeten verleden tijd, deelwoord
opgezeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgezeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opzat bijzin, verleden tijd
opzaten bijzin, verleden tijd
opzit bijzin, tegenwoordige tijd
opzittend onvoltooid, deelwoord
te hebben opgezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opzitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal opgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opzitten bijzin, toekomende tijd
zat op verleden tijd
zit op gebiedende wijs
zou opgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opzitten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opzitten op zou(dt) zitten bijzin, voorwaardelijk
zouden opgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opzitten bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opzitten bijzin, voorwaardelijk
zullen opgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opzitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opzitten bijzin, toekomende tijd
zult opgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opzitten bijzin, toekomende tijd
zult/zal opzitten op zult/zal zitten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op en zitten

Woordfamilie van opzitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgezeten voltooid deelwoord opzitten
opzat subordinate-clause, verleden tijd opzitten
opzaten subordinate-clause, verleden tijd opzitten
opzit subordinate-clause, tegenwoordige tijd opzitten
opzitte with-subordinate-clause opzitten
opzittend onvoltooid deelwoord opzitten
opzittende woordvorm opzitten
zat op verleden tijd opzitten
zaten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opzitten
zit op gebiedende wijs opzitten
zitte op woordvorm opzitten
zitten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opzitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opzitten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opzitten

Wat is de betekenis van opzitten?
Opzitten is een werkwoord. De betekenis is: overeind zitten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opzitten?
Zo vervoeg je opzitten zo: het voltooid deelwoord is opgezeten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opzitten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. Z 4
  4. I 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opzitten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. Z 5
  4. I 2
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opzitten in het kort

opzitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opzitten staan er 43 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opzitten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opzitten: overeind zitten
Deel opzitten — standaardnederlands.nl