opwassen
werkwoordBetekenis
- groot worden
Vervoeging van opwassen
opwassenhele werkwoord — wies opverleden tijd enkelvoud — wiesen opverleden tijd meervoud — opgewassenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | was op | wies op |
| jij | wast op | wies op |
| hij, zij, het | wast op | wies op |
| wij | wassen op | wiesen op |
| jullie | wassen op | wiesen op |
| zij | wassen op | wiesen op |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben opgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is opgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te wassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen wassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal wassen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou wassen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden wassen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt wassen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen wassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen wassen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult wassen | bijzin, toekomende tijd |
| opgewassen | verleden tijd, deelwoord |
| opgewassen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgewassen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opwas | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opwassend | onvoltooid, deelwoord |
| opwast | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opwies | bijzin, verleden tijd |
| opwiesen | bijzin, verleden tijd |
| opwiest | bijzin, verleden tijd |
| te zijn opgewassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opwassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was op | gebiedende wijs |
| was opgewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| wies op | verleden tijd |
| zal opgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opwassen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgewassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn opgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opwassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opwassen op zou(dt) wassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opwassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opwassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opwassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opwassen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult opwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult opwassen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal opwassen op zult/zal wassen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van op en wassen
Woordfamilie van opwassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opwas | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opwassen |
| opwasse | with-subordinate-clause | opwassen |
| opwassend | onvoltooid deelwoord | opwassen |
| opwassende | woordvorm | opwassen |
| opwast | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opwassen |
| opwies | subordinate-clause, verleden tijd | opwassen |
| opwiesen | subordinate-clause, verleden tijd | opwassen |
| was op | gebiedende wijs | opwassen |
| wasse op | woordvorm | opwassen |
| wassen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opwassen |
| wast op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opwassen |
| wies op | verleden tijd | opwassen |
| wiesen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opwassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opwassen zijn vastgelegd.