Naar de inhoud

opwassen

groot worden

opwassen

werkwoord

Betekenis

  1. groot worden

Vervoeging van opwassen

opwassenhele werkwoord — wies opverleden tijd enkelvoud — wiesen opverleden tijd meervoud — opgewassenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik was op wies op
jij wast op wies op
hij, zij, het wast op wies op
wij wassen op wiesen op
jullie wassen op wiesen op
zij wassen op wiesen op
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben opgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is opgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te wassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen wassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal wassen bijzin, toekomende tijd
op zou wassen bijzin, voorwaardelijk
op zouden wassen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt wassen bijzin, voorwaardelijk
op zullen wassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen wassen bijzin, toekomende tijd
op zult wassen bijzin, toekomende tijd
opgewassen verleden tijd, deelwoord
opgewassen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgewassen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opwas bijzin, tegenwoordige tijd
opwassend onvoltooid, deelwoord
opwast bijzin, tegenwoordige tijd
opwies bijzin, verleden tijd
opwiesen bijzin, verleden tijd
opwiest bijzin, verleden tijd
te zijn opgewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opwassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was op gebiedende wijs
was opgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
wies op verleden tijd
zal opgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opwassen bijzin, toekomende tijd
zijn opgewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn opgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opwassen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opwassen op zou(dt) wassen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opwassen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opwassen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opwassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opwassen bijzin, toekomende tijd
zult opgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opwassen bijzin, toekomende tijd
zult/zal opwassen op zult/zal wassen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op en wassen

Woordfamilie van opwassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opwas subordinate-clause, tegenwoordige tijd opwassen
opwasse with-subordinate-clause opwassen
opwassend onvoltooid deelwoord opwassen
opwassende woordvorm opwassen
opwast subordinate-clause, tegenwoordige tijd opwassen
opwies subordinate-clause, verleden tijd opwassen
opwiesen subordinate-clause, verleden tijd opwassen
was op gebiedende wijs opwassen
wasse op woordvorm opwassen
wassen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opwassen
wast op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opwassen
wies op verleden tijd opwassen
wiesen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opwassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opwassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opwassen

Wat betekent opwassen?
Opwassen is een werkwoord. Het woord betekent: groot worden.
Hoe vervoeg je opwassen?
Je vervoegt opwassen als volgt: het voltooid deelwoord is opgewassen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opwassen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. W 5
  4. A 1
  5. S 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opwassen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. W 5
  4. A 1
  5. S 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opwassen in het kort

opwassen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van opwassen zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opwassen bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opwassen: groot worden
Deel opwassen — standaardnederlands.nl