opvragen
werkwoordBetekenis
- vragen om iets
- vorderen, terugvragen
Vervoeging van opvragen
opvragenhele werkwoord — vraagde opªverleden tijd enkelvoud — vraagden opªverleden tijd meervoud — opgevraagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vraag op | vraagde opª |
| jij | vraagt op | vraagde opª |
| hij, zij, het | vraagt op | vraagde opª |
| wij | vragen op | vraagden opª |
| jullie | vragen op | vraagden opª |
| zij | vragen op | vraagden opª |
Alle 148 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgevraagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgevraagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgevraagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgevraagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgevraagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgevraagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgevraagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgevraagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgevraagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te vragen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen vragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal vragen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou vragen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden vragen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt vragen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen vragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen vragen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult vragen | bijzin, toekomende tijd |
| opgevraagd | verleden tijd, deelwoord |
| opgevraagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgevraagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgevraagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgevraagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgevraagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgevraagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgevraagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgevraagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgevraagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgevraagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opvraag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opvraagdenª | bijzin, verleden tijd |
| opvraagdeª | bijzin, verleden tijd |
| opvraagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opvragend | onvoltooid, deelwoord |
| opvroeg | bijzin, verleden tijd |
| opvroegen | bijzin, verleden tijd |
| te hebben opgevraagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opvragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vraag op | gebiedende wijs |
| vraagde op | verleden tijd |
| vroeg op | verleden tijd |
| waart opgevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opvragen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opvragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opvragen op zou(dt) vragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opvragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opvragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opvragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op en vragen
Woordfamilie van opvragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opgevraagd | voltooid deelwoord | opvragen |
| opgevraagde | woordvorm | opvragen |
| opvraag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opvragen |
| opvraagde | with-subordinate-clause | opvragen |
| opvraagden | with-subordinate-clause | opvragen |
| opvraagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opvragen |
| opvrage | with-subordinate-clause | opvragen |
| opvragend | onvoltooid deelwoord | opvragen |
| opvragende | woordvorm | opvragen |
| opvroeg | subordinate-clause, verleden tijd | opvragen |
| opvroegen | subordinate-clause, verleden tijd | opvragen |
| vraag op | gebiedende wijs | opvragen |
| vraagde op | verleden tijd | opvragen |
| vraagden op | woordvorm | opvragen |
| vraagt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opvragen |
| vrage op | woordvorm | opvragen |
| vragen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opvragen |
| vroeg op | verleden tijd | opvragen |
| vroegen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opvragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvragen zijn vastgelegd.