opvolgen
werkwoord ˈɔpfɔlɣə(n)Betekenis
- uitvoeren wat een ander aangeraden of bevolen heeft
- iemands functie overnemen
- zorgen voor de verdere afhandeling
Hoe spreek je opvolgen uit?
/ˈɔpfɔlxən/
Opvolgen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| f | fiets |
| l | land |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van opvolgen
opvolgenhele werkwoord — volgde opverleden tijd enkelvoud — volgden opverleden tijd meervoud — opgevolgdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | volg op | volgde op |
| jij | volgt op | volgde op |
| hij, zij, het | volgt op | volgde op |
| wij | volgen op | volgden op |
| jullie | volgen op | volgden op |
| zij | volgen op | volgden op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgevolgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgevolgd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgevolgd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgevolgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgevolgd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgevolgd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgevolgd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgevolgd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgevolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgevolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgevolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgevolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgevolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgevolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgevolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgevolgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te volgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen volgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal volgen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou volgen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden volgen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt volgen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen volgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen volgen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult volgen | bijzin, toekomende tijd |
| opgevolgd | verleden tijd, deelwoord |
| opgevolgd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgevolgd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgevolgd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgevolgd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgevolgd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgevolgd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgevolgd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgevolgd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgevolgd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgevolgd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opvolg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opvolgde | bijzin, verleden tijd |
| opvolgden | bijzin, verleden tijd |
| opvolgend | onvoltooid, deelwoord |
| opvolgt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben opgevolgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opvolgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| volg op | gebiedende wijs |
| volgde op | verleden tijd |
| waart opgevolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgevolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgevolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgevolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgevolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgevolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgevolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgevolgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgevolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgevolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgevolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opvolgen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgevolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgevolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgevolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opvolgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opvolgen op zou(dt) volgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgevolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgevolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgevolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opvolgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgevolgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opvolgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgevolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgevolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgevolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgevolgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opvolgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opvolgen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgevolgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op bw en volgen ww
Woordfamilie van opvolgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opgevolgd | voltooid deelwoord | opvolgen |
| opgevolgde | woordvorm | opvolgen |
| opvolg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opvolgen |
| opvolgde | subordinate-clause, verleden tijd | opvolgen |
| opvolgden | subordinate-clause, verleden tijd | opvolgen |
| opvolge | with-subordinate-clause | opvolgen |
| opvolgt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opvolgen |
| volg op | gebiedende wijs | opvolgen |
| volgde op | verleden tijd | opvolgen |
| volgden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opvolgen |
| volge op | woordvorm | opvolgen |
| volgen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opvolgen |
| volgt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opvolgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvolgen zijn vastgelegd.