opvoering
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de keer dat men een toneelstuk, muziekstuk of andersoortig stuk speelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opvoeringen | meervoud |
| opvoerinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opvoerinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van opvoeren met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van opvoering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opvoeringen | meervoud | opvoering |
| opvoerinkje | verkleinwoord | opvoering |
| opvoerinkjes | verkleinwoord meervoud | opvoering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvoering zijn vastgelegd.