Naar de inhoud

opstoten

wild opjagen

opstoten is meer dan één woord

opstoten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. wild opjagen
  2. vanuit de maag omhoogkomen (van zuur, onverteerd voedsel)

Vervoeging van opstoten

opstotenhele werkwoord — stiet opverleden tijd enkelvoud — stieten opverleden tijd meervoud — opgestotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stoot op stiet op
jij stoot op stiet op
hij, zij, het stoot op stiet op
wij stoten op stieten op
jullie stoten op stieten op
zij stoten op stieten op
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgestoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgestoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgestoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgestoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgestoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgestoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgestoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgestoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgestoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te stoten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen stoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal stoten bijzin, toekomende tijd
op zou stoten bijzin, voorwaardelijk
op zouden stoten bijzin, voorwaardelijk
op zoudt stoten bijzin, voorwaardelijk
op zullen stoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen stoten bijzin, toekomende tijd
op zult stoten bijzin, toekomende tijd
opgestoten verleden tijd, deelwoord
opgestoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opstiet bijzin, verleden tijd
opstieten bijzin, verleden tijd
opstoot bijzin, tegenwoordige tijd
opstootte bijzin, verleden tijd
opstootten bijzin, verleden tijd
opstotend onvoltooid, deelwoord
stiet op verleden tijd
stoot op gebiedende wijs
stootte op verleden tijd
te hebben opgestoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opstoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgestoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opstoten bijzin, toekomende tijd
zijn opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opstoten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opstoten op zou(dt) stoten bijzin, voorwaardelijk
zouden opgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opstoten bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opstoten bijzin, voorwaardelijk
zullen opgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgestoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opstoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord opstoot

Herkomst

samenstelling van op en stoten

Woordfamilie van opstoten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgestoten voltooid deelwoord opstoten
opstiet subordinate-clause, verleden tijd opstoten
opstieten subordinate-clause, verleden tijd opstoten
opstootte subordinate-clause, verleden tijd opstoten
opstootten subordinate-clause, verleden tijd opstoten
opstote with-subordinate-clause opstoten
opstotend onvoltooid deelwoord opstoten
opstotende woordvorm opstoten
stiet op verleden tijd opstoten
stieten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opstoten
stoot op gebiedende wijs opstoten
stootte op verleden tijd opstoten
stootten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opstoten
stote op woordvorm opstoten
stoten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opstoten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opstoten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opstoten

Wat betekent opstoten?
Opstoten is een werkwoord. Het woord betekent: wild opjagen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opstoten?
Je vervoegt opstoten als volgt: het voltooid deelwoord is opgestoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opstoten is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opstoten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opstoten in het kort

opstoten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opstoten zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opstoten bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opstoten: wild opjagen
Deel opstoten — standaardnederlands.nl