opstel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɔpstɛlBetekenis
- een korte en schriftelijke beschouwing van iets
- een oefening in het onderwijs waarin een opgegeven of gekozen onderwerp volledig behandeld wordt
Hoe spreek je opstel uit?
/ˈɔpstɛl/
Opstel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opstellen | meervoud |
| opstelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opstelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opstellen
Vervoeging van opstel
opstelhele werkwoord
Woordfamilie van opstel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opstelletje | verkleinwoord | opstel |
| opstelletjes | verkleinwoord meervoud | opstel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opstel zijn vastgelegd.