opsteker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een omstandigheid die gunstig voor iets of iemand werkt; iets waar je blijmoedig van wordt
zelfstandig naamwoord — masculine
- een omstandigheid die gunstig voor iets of iemand werkt; iets wat blijmoedig maakt
- iemand die iets opsteekt
- puntig mes
- hooivork met een lange steel
- wig voor beitels en schaven
- het plotseling omhoogkomen van de dobber wanneer men beet heeft
- positieve opmerking
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opstekers | meervoud |
| opstekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opstekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van opsteken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van opsteker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opstekers | meervoud | opsteker |
| opstekertje | verkleinwoord | opsteker |
| opstekertjes | verkleinwoord meervoud | opsteker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opsteker zijn vastgelegd.