Naar de inhoud

opsporen

tot vindens toe het spoor van iets of iemand volgen

opsporen

werkwoord ˈɔpsporə(n)

Betekenis

  1. tot vindens toe het spoor van iets of iemand volgen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je opsporen uit?

/ˈɔpsporən/

Opsporen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpsporən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
s sok
o boot
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opsporen

opsporenhele werkwoord — spoorde opverleden tijd enkelvoud — spoorden opverleden tijd meervoud — opgespoordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spoor op spoorde op
jij spoort op spoorde op
hij, zij, het spoort op spoorde op
wij sporen op spoorden op
jullie sporen op spoorden op
zij sporen op spoorden op
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is opgespoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgespoord impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgespoord impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgespoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgespoord worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgespoord zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgespoord worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgespoord zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgespoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgespoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgespoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgespoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgespoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te sporen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen sporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal sporen bijzin, toekomende tijd
op zou sporen bijzin, voorwaardelijk
op zouden sporen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt sporen bijzin, voorwaardelijk
op zullen sporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen sporen bijzin, toekomende tijd
op zult sporen bijzin, toekomende tijd
opgespoord verleden tijd, deelwoord
opgespoord te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgespoord te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgespoord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgespoord te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgespoord te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgespoord worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgespoord zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgespoord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgespoord zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgespoord zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opspoor bijzin, tegenwoordige tijd
opspoorde bijzin, verleden tijd
opspoorden bijzin, verleden tijd
opspoort bijzin, tegenwoordige tijd
opsporend onvoltooid, deelwoord
spoor op gebiedende wijs
spoorde op verleden tijd
te hebben opgespoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opsporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren opgespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden opgespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden opgespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal opgespoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgespoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgespoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgespoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opsporen bijzin, toekomende tijd
zijn opgespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou opgespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opsporen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opsporen op zou(dt) sporen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opsporen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opsporen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgespoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgespoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgespoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgespoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opsporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opsporen bijzin, toekomende tijd
zult opgespoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opsporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opsporen bijzin, toekomende tijd
zult/zal opsporen op zult/zal sporen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op en sporen

Woordfamilie van opsporen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgespoord voltooid deelwoord opsporen
opgespoorde woordvorm opsporen
opspoor subordinate-clause, tegenwoordige tijd opsporen
opspoorde subordinate-clause, verleden tijd opsporen
opspoorden subordinate-clause, verleden tijd opsporen
opspoort subordinate-clause, tegenwoordige tijd opsporen
opspore with-subordinate-clause opsporen
opsporend onvoltooid deelwoord opsporen
opsporende woordvorm opsporen
spoor op gebiedende wijs opsporen
spoorde op verleden tijd opsporen
spoorden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opsporen
spoort op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opsporen
spore op woordvorm opsporen
sporen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opsporen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opsporen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opsporen

Hoe spreek je opsporen uit?
De uitspraak van opsporen is: /ˈɔpsporə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent opsporen?
Opsporen is een werkwoord. Het woord betekent: tot vindens toe het spoor van iets of iemand volgen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opsporen?
Je vervoegt opsporen als volgt: het voltooid deelwoord is opgespoord. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opsporen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. S 2
  4. P 3
  5. O 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opsporen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. S 2
  4. P 4
  5. O 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opsporen in het kort

opsporen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opsporen zijn 78 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opsporen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opsporen: tot vindens toe het spoor van iets of iemand volgen
Deel opsporen — standaardnederlands.nl