Naar de inhoud

opschrijven

schrijvend een notitie ergens van maken

opschrijven

werkwoord

Betekenis

  1. schrijvend een notitie ergens van maken

Vervoeging van opschrijven

opschrijvenhele werkwoord — schreef opverleden tijd enkelvoud — schreven opverleden tijd meervoud — opgeschrevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrijf op schreef op
jij schrijft op schreef op
hij, zij, het schrijft op schreef op
wij schrijven op schreven op
jullie schrijven op schreven op
zij schrijven op schreven op
Alle 108 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is opgeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgeschreven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgeschreven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgeschreven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgeschreven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgeschreven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgeschreven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te schrijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal schrijven bijzin, toekomende tijd
op zou schrijven bijzin, voorwaardelijk
op zouden schrijven bijzin, voorwaardelijk
op zoudt schrijven bijzin, voorwaardelijk
op zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen schrijven bijzin, toekomende tijd
op zult schrijven bijzin, toekomende tijd
opgeschreven verleden tijd, deelwoord
opgeschreven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeschreven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeschreven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeschreven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeschreven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeschreven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeschreven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeschreven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeschreven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeschreven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opschreef bijzin, verleden tijd
opschreeft bijzin, verleden tijd
opschreven bijzin, verleden tijd
opschrijf bijzin, tegenwoordige tijd
opschrijft bijzin, tegenwoordige tijd
opschrijvend onvoltooid, deelwoord
schreef op verleden tijd
schrijf op gebiedende wijs
te hebben opgeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren opgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden opgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden opgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal opgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opschrijven bijzin, toekomende tijd
zijn opgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou opgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opschrijven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opschrijven op zou(dt) schrijven bijzin, voorwaardelijk
zouden opgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opschrijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opschrijven bijzin, voorwaardelijk
zullen opgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opschrijven bijzin, toekomende tijd
zult opgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opschrijven bijzin, toekomende tijd
zult/zal opschrijven op zult/zal schrijven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op bw en schrijven ww

Woordfamilie van opschrijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgeschreven voltooid deelwoord opschrijven
opschreef subordinate-clause, verleden tijd opschrijven
opschreeft subordinate-clause, verleden tijd opschrijven
opschreven subordinate-clause, verleden tijd opschrijven
opschrijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd opschrijven
opschrijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd opschrijven
opschrijve with-subordinate-clause opschrijven
opschrijvend onvoltooid deelwoord opschrijven
opschrijvende woordvorm opschrijven
schreef op verleden tijd opschrijven
schreven op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opschrijven
schrijf op gebiedende wijs opschrijven
schrijft op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opschrijven
schrijve op woordvorm opschrijven
schrijven op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opschrijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opschrijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opschrijven

Wat is de betekenis van opschrijven?
Opschrijven is een werkwoord. De betekenis is: schrijvend een notitie ergens van maken.
Hoe vervoeg ik opschrijven?
Zo vervoeg je opschrijven zo: het voltooid deelwoord is opgeschreven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opschrijven is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. R 2
  7. I 1
  8. J 4
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opschrijven levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. R 2
  7. I 2
  8. J 4
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 30 zonder bonus
  13. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opschrijven in het kort

opschrijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van opschrijven staan er 80 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opschrijven bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opschrijven: schrijvend een notitie ergens van maken
Deel opschrijven — standaardnederlands.nl