Naar de inhoud

oproeien

(bij een rivier) tegen de stroom inroeien

oproeien

werkwoord

Betekenis

  1. (bij een rivier) tegen de stroom inroeien

werkwoord

  1. tegen de stroom inroeien intransitive

Vervoeging van oproeien

oproeienhele werkwoord — roeide opverleden tijd enkelvoud — roeiden opverleden tijd meervoud — opgeroeidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik roei op roeide op
jij roeit op roeide op
hij, zij, het roeit op roeide op
wij roeien op roeiden op
jullie roeien op roeiden op
zij roeien op roeiden op
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had opgeroeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgeroeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgeroeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgeroeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgeroeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgeroeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgeroeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgeroeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeroeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgeroeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgeroeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgeroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeroeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te roeien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen roeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal roeien bijzin, toekomende tijd
op zou roeien bijzin, voorwaardelijk
op zouden roeien bijzin, voorwaardelijk
op zoudt roeien bijzin, voorwaardelijk
op zullen roeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen roeien bijzin, toekomende tijd
op zult roeien bijzin, toekomende tijd
opgeroeid verleden tijd, deelwoord
opgeroeid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeroeid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oproei bijzin, tegenwoordige tijd
oproeide bijzin, verleden tijd
oproeiden bijzin, verleden tijd
oproeiend onvoltooid, deelwoord
oproeit bijzin, tegenwoordige tijd
roei op gebiedende wijs
roeide op verleden tijd
te hebben opgeroeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oproeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal opgeroeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeroeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgeroeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal oproeien bijzin, toekomende tijd
zou opgeroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou oproeien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) oproeien op zou(dt) roeien bijzin, voorwaardelijk
zouden opgeroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden oproeien bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgeroeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt oproeien bijzin, voorwaardelijk
zullen opgeroeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeroeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeroeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oproeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen oproeien bijzin, toekomende tijd
zult opgeroeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oproeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult oproeien bijzin, toekomende tijd
zult/zal oproeien op zult/zal roeien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op en roeien

Woordfamilie van oproeien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgeroeid voltooid deelwoord oproeien
oproei subordinate-clause, tegenwoordige tijd oproeien
oproeide subordinate-clause, verleden tijd oproeien
oproeiden subordinate-clause, verleden tijd oproeien
oproeie with-subordinate-clause oproeien
oproeiend onvoltooid deelwoord oproeien
oproeiende woordvorm oproeien
oproeit subordinate-clause, tegenwoordige tijd oproeien
roei op gebiedende wijs oproeien
roeide op verleden tijd oproeien
roeiden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon oproeien
roeie op woordvorm oproeien
roeien op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon oproeien
roeit op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon oproeien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oproeien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over oproeien

Wat betekent oproeien?
Oproeien is een werkwoord. Het woord betekent: (bij een rivier) tegen de stroom inroeien. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je oproeien?
Je vervoegt oproeien als volgt: het voltooid deelwoord is opgeroeid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oproeien is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. R 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. I 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oproeien levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. R 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. I 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oproeien in het kort

oproeien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van oproeien zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort oproeien bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

oproeien: (bij een rivier) tegen de stroom inroeien
Deel oproeien — standaardnederlands.nl