oprit
zelfstandig naamwoord ˈɔprɪtBetekenis
- een toegangsweg tot een grotere weg
- een omhoog hellende weg naar een brug e.d.
- een stuk weg tussen de openbare weg en het huis om de auto te parkeren of als toegang tot een garage
Hoe spreek je oprit uit?
/ˈɔprɪt/
Oprit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opritje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opritjes | verkleinwoord, meervoud |
| opritten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van op en rit
Woordfamilie van oprit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opritje | verkleinwoord | oprit |
| opritjes | verkleinwoord meervoud | oprit |
| opritten | meervoud | oprit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oprit zijn vastgelegd.