opname
zelfstandig naamwoord /'ɔpnam(ə)/Betekenis
- de handeling of het proces van het opnemen
- een vastlegging van geluid en/of beeld op een drager.
- het toelaten van een patiënt in de zorg van een ziekenhuis
- de afdeling van een ziekenhuis die zich met het opnemen van patiënten bezighoudt
Hoe spreek je opname uit?
/ˈɔpnamə/
Opname bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| n | nek |
| a | maan |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opnamen | meervoud |
| opnames | meervoud |
| opnametje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opnametjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘het opnemen’ voor het eerst aangetroffen in 1828
Woordfamilie van opname
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opnames | meervoud | opname |
| opnametje | verkleinwoord | opname |
| opnametjes | verkleinwoord meervoud | opname |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opname zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
Verwante woorden
- foto
- inlijving
- inschrijving
- kiekje
- opneming
- toelating