opleveren
werkwoord ˈɔplevərə(n)Betekenis
- iemand iets ~ uiteindelijk als resultaat geven
- een zojuist klaargekomen bouwwerk voor inspectie en overdracht aanbieden
Hoe spreek je opleveren uit?
/ˈɔplevərən/
Opleveren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| l | land |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van opleveren
opleverenhele werkwoord — leverde opverleden tijd enkelvoud — leverden opverleden tijd meervoud — opgeleverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lever op | leverde op |
| jij | levert op | leverde op |
| hij, zij, het | levert op | leverde op |
| wij | leveren op | leverden op |
| jullie | leveren op | leverden op |
| zij | leveren op | leverden op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opgeleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgeleverd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgeleverd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgeleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgeleverd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgeleverd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgeleverd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgeleverd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgeleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lever op | gebiedende wijs |
| leverde op | verleden tijd |
| op te leveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal leveren | bijzin, toekomende tijd |
| op zou leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen leveren | bijzin, toekomende tijd |
| op zult leveren | bijzin, toekomende tijd |
| opgeleverd | verleden tijd, deelwoord |
| opgeleverd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgeleverd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgeleverd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgeleverd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgeleverd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgeleverd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgeleverd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgeleverd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgeleverd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgeleverd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oplever | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opleverde | bijzin, verleden tijd |
| opleverden | bijzin, verleden tijd |
| opleverend | onvoltooid, deelwoord |
| oplevert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben opgeleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opleveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgeleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgeleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgeleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgeleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opgeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opleveren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgeleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opleveren op zou(dt) leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgeleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgeleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgeleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgeleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opleveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opleveren | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgeleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op en leveren
Woordfamilie van opleveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lever op | gebiedende wijs | opleveren |
| leverde op | verleden tijd | opleveren |
| leverden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opleveren |
| levere op | woordvorm | opleveren |
| leveren op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opleveren |
| levert op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opleveren |
| opgeleverd | voltooid deelwoord | opleveren |
| opgeleverde | woordvorm | opleveren |
| oplever | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opleveren |
| opleverde | subordinate-clause, verleden tijd | opleveren |
| opleverden | subordinate-clause, verleden tijd | opleveren |
| oplevere | with-subordinate-clause | opleveren |
| opleverend | onvoltooid deelwoord | opleveren |
| opleverende | woordvorm | opleveren |
| oplevert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opleveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opleveren zijn vastgelegd.