oplaaien
werkwoord /ˈɔp.la.jə(n)/Betekenis
- plotseling heviger gaan branden
- plotseling in brand vliegen
- plotseling hevig de kop opsteken
Hoe spreek je oplaaien uit?
/ˈɔplajən/
Oplaaien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| l | land |
| a | maan |
| j | ja |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van oplaaien
oplaaienhele werkwoord — laaide opverleden tijd enkelvoud — laaiden opverleden tijd meervoud — opgelaaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laai op | laaide op |
| jij | laait op | laaide op |
| hij, zij, het | laait op | laaide op |
| wij | laaien op | laaiden op |
| jullie | laaien op | laaiden op |
| zij | laaien op | laaiden op |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgelaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgelaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgelaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgelaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgelaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgelaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgelaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgelaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgelaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgelaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgelaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgelaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgelaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgelaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgelaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laai op | gebiedende wijs |
| laaide op | verleden tijd |
| op te laaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen laaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal laaien | bijzin, toekomende tijd |
| op zou laaien | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden laaien | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt laaien | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen laaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen laaien | bijzin, toekomende tijd |
| op zult laaien | bijzin, toekomende tijd |
| opgelaaid | verleden tijd, deelwoord |
| opgelaaid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgelaaid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oplaai | bijzin, tegenwoordige tijd |
| oplaaide | bijzin, verleden tijd |
| oplaaiden | bijzin, verleden tijd |
| oplaaiend | onvoltooid, deelwoord |
| oplaait | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben opgelaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen oplaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal opgelaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgelaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgelaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal oplaaien | bijzin, toekomende tijd |
| zou opgelaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgelaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgelaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou oplaaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) oplaaien op zou(dt) laaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgelaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgelaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgelaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden oplaaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgelaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt oplaaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgelaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgelaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgelaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oplaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen oplaaien | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgelaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult oplaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult oplaaien | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal oplaaien op zult/zal laaien | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van op bw en laaien ww
Woordfamilie van oplaaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| laai op | gebiedende wijs | oplaaien |
| laaide op | verleden tijd | oplaaien |
| laaiden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | oplaaien |
| laaie op | woordvorm | oplaaien |
| laaien op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | oplaaien |
| laait op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | oplaaien |
| opgelaaid | voltooid deelwoord | oplaaien |
| opgelaaide | woordvorm | oplaaien |
| oplaai | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | oplaaien |
| oplaaide | subordinate-clause, verleden tijd | oplaaien |
| oplaaiden | subordinate-clause, verleden tijd | oplaaien |
| oplaaie | with-subordinate-clause | oplaaien |
| oplaaiend | onvoltooid deelwoord | oplaaien |
| oplaaiende | woordvorm | oplaaien |
| oplaait | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | oplaaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oplaaien zijn vastgelegd.